QN Sport+ Television N.V.

Babel ziet minder Oranje-ego’s: ‘De Grote Vier wilden allemaal nummer één zijn’

Met twee goals was Ryan Babel maandagavond een van de twee grote uitblinkers van het Nederlands elftal. De inmiddels 32-jarige aanvaller toont keer op keer aan dat de jaren geen vat op hem lijken te krijgen. Hij constateert bovendien dat de situatie bij het Nederlands elftal nu een stuk eensgezinder is dan in afgelopen jaren, zo vertelde hij maandagavond in de mixed-zone van Tallinn.

De interlandloopbaan van Babel blijft een opmerkelijk verhaal. In maart 2005 debuteerde hij als piepjong Ajax-talent in het Nederlands elftal, hij scoorde direct, maar sinds november 2011 (lange tijd zijn laatste interland) leek zijn carrière als international erop te zitten. Hij maakte sindsdien een wonderlijke reis langs Ajax, Kasimpasa, Al-Ain, Deportivo La Coruña, Besiktas, Fulham en inmiddels Galatasaray. Het was in 2017 bondscoach Dick Advocaat die de toenmalige aanvaller van Besiktas weer bij Oranje haalde.

Sindsdien toont Babel weer regelmatig zijn waarde. Vrijdagavond was hij tijdens de 2-4 zege bij Duitsland al behoorlijk op dreef, met twee goals liet hij zich maandagavond al helemaal goed zien. Door tv-analist Rafael van der Vaart werd Babel ‘een oudje’ genoemd, woorden waar hij bij de NOS wel om kon lachen. ‘Ik word er inderdaad vaak aan herinnerd, dat ik een oudje ben. Ben ik als een fles wijn? Grappig dat je dat zegt, dat zei Gini (Georginio Wijnaldum, red.) laatst ook tegen me. Hoe ouder, hoe beter. Naarmate de jaren vorderen, probeer je steeds meer je kop te gebruiken. Ik kan het niet altijd meer zo makkelijk belopen als toen ik achttien was, maar ik moet zeggen dat de laatste drie à vier jaar echt mijn beste jaren zijn.’

Omdat hij al wat jaren meeloopt, kan Babel verschillende generaties en periodes goed met elkaar vergelijken. Zo denkt hij nog weleens terug aan de periode tussen 2008 en 2012, toen Bert van Marwijk bondscoach was. ‘Mijn concurrent was toen Eljero Elia’, herinnerde hij zich maandagavond in de catacomben. ‘Die deed het ook goed, maar wat me opviel was dat Van Marwijk altijd dezelfde wissels had. De rest voelde: Ik ben bij het Nederlands elftal gewoon een sparringpartner. Je had niet het gevoel dat je een kans kreeg als je je best deed.’

Ook speelde Babel met verschillende grote namen. ‘Je had in die tijd de battle tussen De Grote Vier‘, doelt hij op Wesley Sneijder, Arjen Robben, Rafael van der Vaart en Robin van Persie. ‘Zij wilden in mijn beleving allemaal de nummer één zijn. Hoe gek het ook klinkt: dit is volgens mij meer een team. Ik heb nu niet het gevoel dat we ego’s hebben. We gunnen elkaar allemaal het doelpunt, de actie of de pass. Het is meer een geheel, er is er niet één die er met kop en schouders bovenuit steekt.’

Teambelang
Die bewijsdrang heeft Oranje in 2010 misschien wel de wereldtitel gekost, vermoedt Babel. ‘Ik kan me dat moment in de finale herinneren, waar Arjen Robben alleen op Iker Casillas af ging. Toen werd-ie bijna onderuit gehaald. Arjen kennende zou hij normaal gewoon gaan liggen. Als-ie dat had gedaan, dan hadden we de rest van de wedstrijd tegen tien man gespeeld en win je misschien. Maar hij wilde per se scoren. Het is een detail, en ik denk even hardop, maar misschien dat Arjen op dat moment niet aan het teambelang dacht en gewoon wilde scoren. Logisch, in een WK-finale, maar misschien scheelde dat soort dingen tijdens dat WK nét de benodigde vijf procent om wereldkampioen te worden.’

Voor Babel zou het bereiken van het EK, en daar ook daadwerkelijk in actie komen, iets speciaals zijn. ‘Ik ben qua eindrondes altijd ongelukkig geweest. Op het WK van 2006 was ik erbij en speelde ik één wedstrijd. Op het EK 2008 zou ik onder Marco van Basten gaan spelen, maar haakte ik op het laatste moment af met een enkelblessure. Op het WK 2010 heb ik niet gespeeld, op het EK 2012 en WK 2014 zat ik er niet bij en daarna heeft Oranje zich niet meer gekwalificeerd. Weer een keer aanwezig zijn op een eindtoernooi, en daar wat meer minuten maken, zou mooi zijn.’

vi.nl