QN Sport+ Television N.V.

Red de Pencak Silat in Suriname!

Een open brief aan de Minister van Regionale Ontwikkeling, H.E. mevr. Gracia Emanuel

Excellentie,

In de afgelopen maanden is er vanuit delen van de samenleving veel ophef ontstaan vanwege de door de huidige regering ingeslagen weg met betrekking tot o.a. de (her)indeling van de verschillende ministeries. Ook het Ministerie van Regionale Ontwikkelingen is daarbij besproken. In de afgelopen jaren was er een aparte ministerie voor het maken van beleid op sportgebied, namelijk het ministerie van Sport- en Jeugdzaken. Velen zullen betwijfelen of er door dit ministerie daadwerkelijk beleid werd gemaakt op het gebied van de sportontwikkeling in Suriname. Het had er meer van dat de ministers aanwezig waren bij o.a. de uitreiking van prijzen of het openen van een toernooi, dan dat er daadwerkelijk beleid werd gemaakt. Significantie veranderingen op sportgebied vanuit het ministerie als voornoemd was er bij velen niet te zien. Geen wonder dat menigeen het goed vond dat het ministerie werd opgedoekt en dat Sportzaken een departement werd van een ander ministerie. Wat de daadwerkelijke beweegreden is geweest dat Sportzaken is gedegradeerd tot een directoraat, weet ik niet, maar als sportliefhebber kijk ik reikhalzend uit naar de verrichtingen van het directoraat in het kader van duurzame ontwikkeling van beleid voor sportminnend Suriname. Voorwaar geen gemakkelijke opgave, gezien de heersende COVID-19 pandemie, die voor de (collectieve) sportbeoefening in Suriname nu al negatieve effecten heeft gehad.

Introductie Pencak Silat in Suriname

Een heel bijzondere tak van sport die in Suriname wordt beoefend is de Pencak Silat (lees Pentjak Sielat). De geschiedenis leert ons dat voornamelijk de Indonesische contractarbeiders de Pencak Silat naar Suriname hebben meegebracht. Het werd toen niet als tak van sport beoefend, maar als een zelfverdedigingskunst. Buitenstaanders werden hierin niet onderwezen, wat altijd heeft gezorgd voor een zekere mate van geheimzinnigheid rondom deze zelfverdedigingskunst. De wildste verhalen worden nog steeds verteld over beoefenaars die in begraafplaatsen mediteren, die konden vliegen, mannen in het zwart gekleed die gevaarlijk waren met hun houwers enz. Op 16 juli 1950 heeft Bpak Soelijo Dipowidjojo verandering hierin gebracht, door de eerste perguruan (Pencak Silatschool) op te richten, de Perguruan Pencak Silat Tjokro Bwana-Pamuda Timbul. Vanaf toen konden ook niet-Javanen bij hem op les gaan om onderwezen te worden in de Pencak Silat. In de loop der jaren na de oprichting van Tjokro Bwana-Pamuda Timbul ontstonden er meer perguruans met hun eigen aliran (stijl) en droegen zij allemaal bij tot de bekende “bromki djari” van aliran binnen de Surinaamse Pencak Silat. Velen van hen hadden daarbij nog steeds hun rechtstreekse verbinding met Indonesië. Er werd op kleine schaal evenementen georganiseerd om de verbroedering uit te beelden, alhoewel er intern wel een sterke, doch positieve rivaliteit was tussen de verschillende perguruans. Van een nationale bond was er toen nog geen sprake.

SPSA

Op 26 oktober 1985 hebben de verschillende schoolleiders zich gebundeld en hebben toen de Surinaamse Pencak Silat Associatie (SPSA) opgericht. Eén van de doelen was om op een systematische wijze toernooien te organiseren zodat er sportieve meetmomenten kwamen voor de pesilats (beoefenaars van de Pencak Silat) aangesloten bij de perguruans. Dankzij de SPSA hebben ook veel niet-Javanen zich geprofileerd als kundige “vechters” en hebben zij in Suriname, maar ook daar buiten hun sporen verdiend. Wij denken bijvoorbeeld aan personen als Randy en Ammar van Zichem, Roy Lo Asjoe, Steven Hek, Raoul Tjon A Hung, Steven Top, Waldo Debisarun, Paul Abena, Liefde, Aaron en vele anderen. Deze personen hebben er onder andere voor gezorgd dat wij vandaag de dag kunnen zeggen dat Pencak Silat een immaterieel cultureel erfgoed is, waarbij niet alleen de Javaanse broeders en zusters, maar ook andere in Suriname voorkomende bevolkingsgroepen deelgenoot zijn van hiervan.

Terugval

Wat in 1985 als een heel mooi initiatief begon met de oprichting van de SPSA, begon uiteindelijk steeds af te brokkelen. Interne strubbelingen hebben er al snel voor gezorgd dat men zich wendde uit de ingeslagen pad van verbroedering. Dat is heel jammer, te bedenken dat Suriname anno 2020 veel hoger had moeten zijn qua niveau. Het begon al in het jaar 1990, toen wij de kans lieten glippen om de Wereld Kampioenschappen Pencak Silat te organiseren. Suriname zou het primeur krijgen als eerste niet-Aziatisch en niet-Europees land om zo een top toernooi te organiseren. Vele landgenoten keken al uit naar dit toernooi. Uiteindelijk kon door intern gekibbel deze wens niet waargemaakt worden, waardoor de wereldbond, de PERSILAT, een beroep moest doen op Nederland om de organisatie van de kampioenschappen over te nemen. Deze gevoelige klap zijn wij nimmer te boven gekomen. De ontevredenheid binnen de SPSA was evident. Bepaalde pesilats trokken zich terug. In de negentiger jaren van de vorige eeuw, heeft de SPSA geprobeerd om een inhaalslag te maken. Er kwam een ander bestuur onder leiding van Bpak Soetjipto Kromosetiko, er werden toernooien georganiseerd en de animo om de sport weer te beoefenen nam weer toe. Dit was toch weer voor korte tijd, want wederom hebben interne strubbelingen ervoor gezorgd dat er een stilstand kwam binnen de SPSA. Het ontbrak het bestuur aan daadkracht, omdat op een gegeven moment nagenoeg een ieder zijn eigen weg op wilde gaan. Uiteindelijk bleef alleen het bestuurslid Kromosetiko achter die in deze periode van terugval het gezicht werd van de SPSA. Hij heeft er al die jaren voor gezorgd dat er, misschien alleen op papier, een SPSA bestond. Toernooien en andere meetmomenten werden niet meer georganiseerd, omdat nagenoeg NIEMAND ook participeerde. Een ontwikkeling dat niet alleen dhr. Kromosetiko, maar ook de overige leden van de SPSA kwalijk genomen moet worden.

Doorstart voor een nieuw begin

Omdat de situatie niet bevorderlijk was voor met name de jonge pesilats aangesloten bij de verschillende perguruans en dit ook zorgde voor weer een golf van demotivatie binnen de oudere groep atleten, hebben enkele perguruans zelf het initiatief genomen om, met zegen van de SPSA (leest Bpak Kromosetiko als “acting” voorzitter) activiteiten in het buitenland te ontplooien. Zo hebben onder meer atleten van perguruans als Panca Sila, 4S en Pamor Badai Suriname deelgenomen aan door de PERSILAT georganiseerde internationale toernooien en zijn ook binnen de prijzen gevallen. Dit alles om de Surinaamse Pencak Silat hoog te houden, terwijl anderen faalden om als collectief op te trekken. Ondanks deze individuele successen zagen deze perguruans in dat het in the long run niet financieel rendabel was. De leiders van drie perguruans kwamen toen bij elkaar en besloten om alle bij de SPSA aangesloten perguruans uit te nodigen voor een vergadering, om zodoende te komen tot een nieuw bestuur van de SPSA en daarmee een nieuwe doorstart van de Surinaamse Pencak Silat. Dit gebeurde in februari 2015, waarbij er gelijk een interim bestuur werd ingesteld onder voorzitterschap van Bpak Randy van Zichem en bijgestaan door mevr. Florence Wangsabesari-Jamin en dhr. John Padji. Dit interim bestuur heeft nauw samengewerkt met de leden om te komen tot bestuursverkiezingen binnen de SPSA. Uiteindelijk werd op 21 augustus 2016 het kandidaatsbestuur onder leiding van mevr. Wangsabesari-Jamin door de meerderheid gekozen boven het kandidaatsbestuur Warsodikromo.

De nieuwe SPSA

Vol goede moed trad er dus een nieuw tijdperk aan onder het bestuur Wangsabesari, waarbij gedacht werd om het niveau van de Pencak Silat weer te doen opleven. Er kwam een kundige en gecertificeerde coach uit Indonesië, Bpak Mohamad Nasri, die zijn sporen ook in Thailand heeft verdiend, om het niveau van de Surinaamse coaches en atleten op te krikken. Het verblijf van deze coach werd echter overschaduwd door verschillende perikelen. Dat zelfde jaar werd er door enkele leden van de SPSA er bij het bestuur op aangedrongen om een selectie af te vaardigen naar de Wereld Kampioenschappen te Bali (Indonesië). Volgens die leden moest de aansluiting op het internationaal veld niet gemist worden, aangezien Suriname intussen al een aantal WK’s had gemist. Met veel kunst en vliegwerk werd er toch een selectie afgevaardigd bestaande uit atleten die in de ogen van de Indonesische coach het beste ready waren voor de WK. Ook dat ging gepaard met heel veel perikelen, omdat het er veel weg van had dat het bestuur van de SPSA de noodzaak voor een selectie niet inzag. Die groep heeft uiteindelijk met inzet van hun perguruan, hun familie en kennissen zelf voor de financiën moeten zorgen om naar Bali af te reizen. Bij aankomst bleek zelfs dat de aankomst van de selectie niet bekend was bij de organisatie, terwijl het bij de organisatie wel bekend was dat een delegatie van het bestuur zou afreizen. Ook in Indonesië hebben er zich bepaalde zaken voorgedaan, die op zijn zacht gezegd, niet bevorderlijk zijn voor de verbroedering die deze sport propageert. Het ging gewoon om een krachtmeting tussen de voormalige SPSA voorzitter Bpak Kromosetiko en de huidige voorzitter mevr. Wangsabesari-Jamin. Ondanks dit alles hebben JUIST de atleten en hun coaches karakter getoond en hebben het beste WK resultaat voor Suriname binnen gehaald, namelijk 2 bronzen medailles op het onderdeel tanding (wedstrijdvechten), een prijs op het Seni Festival voor beste muzikale choreografie en een finaleplek in de top 7 op het onderdeel jurus tunggal (stijlpatronen solo gewapend en ongewapend).

Oprichting PSFS

Gestuwd door deze resultaten begonnen de perguruans binnen de SPSA te werken aan het opkrikken van hun niveau. De euforie die was ontstaan na de successen tijdens de WK van Bali in 2016 maakte echter al gauw plaats voor een vijandige houding binnen de SPSA. Volgens bepaalde leden stelde de voorzitter van de SPSA zich niet open voor adviezen van haar leden, maar bekritiseerde zij juist personen met een staat van dienst binnen de organisatie. Toernooien werden niet door het bestuur georganiseerd, maar door een handje vol perguruans die, in tegenstelling tot het bestuur, wel de durf aan de dag legden om zich in de schulden te werken, zodat de Pencak Silat weer kon opleven in Suriname. De ontevredenheid groeide en de onwil van de voorzitter om optimaal met haar leden te communiceren, werd steeds duidelijker. Uiteindelijk werd er een buitengewone ledenvergadering belegd waarbij er een motie werd ingediend tegen het bestuur. De splitsing binnen de SPSA was boven water gekomen. In plaats van dat kampen gezamenlijk werkten om de breuk te helen, werd er vanuit elke kamp juist meer olie op het vuur gegooid. De voorzitter van de SPSA noemde de andere groep dissidenten en daagde hen voor de rechter. Het lidmaatschap van de perguruans die de buitengewone vergadering hadden geïnitieerd, werd door de voorzitter van de SPSA opgezegd. Zeer gedurfd, als in ogenschouw genomen wordt dat twee van die perguruans de afgelopen periode juist voor internationale successen hebben gezorgd voor de SPSA en Suriname. Door deze stap van de SPSA hebben vijf andere perguruans uit solidariteit hun lidmaatschap bij de SPSA opgezegd. Van de 12 leden bleven toen maar 4 leden over bij de SPSA. De dissidenten groep hebben toen op 27 mei 2018 de Pencak Silat Federatie Suriname (PSFS) opgericht.

Wie doet het beter?

Sinds het uittreden van de acht perguruans uit de SPSA, heeft het Pencak Silat minnend publiek op verschillende momenten gezien dat juist deze groep, de PSFS, steeds naar buiten kwam om de sport te promoten. Daarbij werden er zelfs toernooien georganiseerd in Commewijne en Nickerie, plaatsen waar de SPSA in vroegere tijden ook activiteiten had ontplooid. Door het steeds naar buiten treden van de PSFS begonnen er ook veel jongeren interesse te krijgen in de Pencak Silat. Een grote bijdrage heeft daarbij ook een bepaald jeugdtoernooi geleverd, die jaarlijks door een van de leden van de PSFS werd georganiseerd. Er was altijd sprake van een buitengewone opkomst van het publiek die zichtbaar genoot van het niveau dat aan hen werd voorgeschoteld door de atleten. Dit alles werd gedaan, ondanks de voorzitter van de SPSA bij elke gelegenheid die zij kreeg, de groep steeds een trap na gaf. De PSFS is namelijk NIET erkend door de PERSILAT en mag dus volgens de SPSA geen toernooien met een nationaal karakter organiseren. Er werd door de SPSA zelfs gedreigd met juridische stappen. Dit weerhield de PSFS er niet van om toch haar toernooien te organiseren.

De SPSA aan de andere kant kwam maar niet naar buiten met toernooien. In de media was er een bekendmaking verschenen dat er Open Nationale Kampioenschappen georganiseerd zouden worden, maar die werden steeds om onduidelijke redenen op het allerlaatste moment verschoven naar een nader te bepalen datum. Dit toernooi moest zorgen voor een selectie die Suriname zou vertegenwoordigen bij de WK 2018 in Jakarta. Uiteindelijk heeft de SPSA een atleet naar deze wereldkampioenschappen gestuurd die, ondanks dat hij enige wedstrijdritme en toernooi ervaring miste, toch gedurfd had om Suriname te vertegenwoordigen. Het resultaat echter was een ramp. De Surinaamse atleet werd bij zijn eerste en enige gevecht door zijn tegenstander uit Laos gedomineerd. Tot overmaat van ramp gaven zelfs de presentatoren te kennen dat de Surinaamse vechter conditie ontbrak alsook kennis van de wedstrijdregels. In mijn ogen treft deze atleet geen blaam, maar wel de SPSA die hem naar het slagveld heeft gestuurd zonder hem in Suriname op een degelijke wijze klaar te stomen voor zo een overweldigend toernooi. Deze afgang van Suriname, die twee jaren daarvoor nog furore maakte, is in mijn ogen te danken aan de SPSA.

Tijdens de Indo Fair 2018 was er een clash tussen de SPSA en de PSFS. Beide groepen mochten hun kunnen tonen. Eerst trad de SPSA aan en deed hun ding. Wat weer opviel was dat de voorzitter wederom het podium gebruikte om aan te geven dat de SPSA erkend wordt door de PERSILAT en dus het gezicht zijn van de Pencak Silat in niet alleen Suriname, maar ook Latijns Amerika. Hierna kreeg de PSFS de gelegenheid om hun kunnen te tonen. Het publiek heeft duidelijk getoond dat voor hun het niveau van de atleten, aangesloten bij de PSFS, vele maten hoger lag dan die van de SPSA. Velen personen, waaronder ook ik, hebben daarom de hoop uitgesproken dat beide kampen hun geschillen aan de kant zouden zetten en zouden samenwerken ten voordele van de Pencak Silat sport in Suriname. Het mocht echter niet baten. Het pad van verbroedering, eenheid en upgraden van ieders niveau werd achterwege gelaten voor in mijn ogen eerzucht.

Stand van zaken nu?

Door de COVID-19 pandemie is uitoefening van de Pencak Silat sport (vooral in groepsverband) zijdens de regering stopgezet, net als vele andere takken van sport. Natuurlijk blijven internationaal sportorganisaties niet stil zitten en blijven werken aan het upgraden van hun atleten. Onlangs werden er een virtueel Pencak Silat toernooi georganiseerd door de PERSILAT. Het ging om een Seni (stijlpatronen) toernooi, waarbij de Seni onderdelen Tunggal en Beregu werden gejureerd. Deze onderdelen worden ook tijdens de WK gejureerd.

Twee atleten van de SPSA hebben Suriname bij dit virtueel toernooi vertegenwoordigd. Ik keek uit naar de verrichtingen van deze atleten, omdat de SPSA in het afgelopen jaar (december 2019) gezorgd heeft dat zeker twintig stuks internationaal gecertificeerde wasit/ juri (scheidsrechters/ juryleden) werden opgeleid. Dit gebeurde met medewerking van de PERSILAT. De voorzitter van de SPSA, nam in oktober 2019 deel aan internationale high level training in Singapore en werd daarbij de enige erkende internationale wasit/ juri van Suriname. Ik juich deze mijlpaal voor haar zeker toe, maar vraag mij aan de andere kant wel af wat de gewezen voorzitter (Bpak Kromosetiko) dan al die jaren was geweest. Van hem is het ook bekend dat hij een internationaal erkende wasit/ juri was. Ik hoopte dat door deze prijzenswaardige ontwikkeling binnen de SPSA (meer gecertificeerde scheidsrechters), dat gelijk zou blijken aan het niveau van haar atleten. Immers, de onderdelen Tunggal en Beregu worden strak gejureerd. Het zijn namelijk vaste stijlpatronen bestaande uit een aantal technieken die volgens een vastgestelde volgorde moeten worden uitgebeeld door een atleet (Tunggal) of door drie atleten (Beregu). Weglaten van slechts één techniek resulteert gelijk in diskwalificatie.

Ik was letterlijk met stomheid geslagen om te vernemen dat beide Surinaamse atleten gediskwalificeerd werden, omdat zij een groot aantal van de technieken waren vergeten. Dat betekent dat de SPSA er weer voor heeft gezorgd om Suriname te vertegenwoordigen met atleten, die nog niet het niveau hebben om aan zo een toernooi deel te nemen. Hoe hebben de coaches hun dan begeleid? Wat was de inbreng van de pas gecertificeerde scheidsrechters, die zeker ook dit onderdeel onder de knie horen te hebben? Waarom zo een haast om toch mee te doen aan een toernooi, terwijl het huiswerk niet gemaakt is? Wat de SPSA niet begrijpt is dat door deze approach van hun Suriname WEER te schande werd gelegd. Dat zet wel een deuk in de steeds weer aangehaalde verworvenheid als enig erkende vertegenwoordiger van de PERSILAT in Suriname en Latijns Amerika. Mooi dat je dan de enige bent die internationaal Suriname mag vertegenwoordigen, maar wel waardeloos dat jij jouw atleten niet goed kan klaarstomen om Suriname op een waardige wijze te vertegenwoordigen. Wat dat betreft mocht voor mijn part de SPSA gerust afkijken bij de Seni toernooien die de PSFS heeft georganiseerd, waarbij ook deze zelfde onderdelen (Tunggal en Beregu) werden gejureerd door hun (niet internationaal erkende) scheidsrechters. Die atleten waren veel beter en hun presentatie ook vele malen strakker en stijlvoller.

Hoe verder?

Het is duidelijk dat er twee bonden zijn voor de Pencak Silat sport in Suriname. De SPSA is daarbij de enige door de PERSILAT erkende nationale bond, de PSFS niet. Van de twee is duidelijk dat de kwaliteit op zowel het gebied van toernooi organisatie alsook het deugdelijk klaarstomen van atleten zit bij de PSFS. Met het uittreden van deze groep uit de SPSA zien wij duidelijk dat de SPSA sterk is gaan inboeten aan kwaliteit. Hoe mooi zou het niet zijn indien de plooien glad gestreken werden en beide kampen zouden kunnen samenwerken? Ik bang echter bang dat dit NIET zal gebeuren, omdat beide groepen elk vasthouden aan hun zienswijze. Dat is zeker hun goed recht, maar aan de andere kant….wat gebeurd er dan met de sport? Wat gebeurd er dan met de atleten van beide kampen? De ene heeft wel de mogelijkheid om internationaal te gaan maar beschikt het niveau totaal niet. De andere beschikt het niveau, maar kan niet internationaal gaan. Uiteindelijk verliest Suriname en de Surinaamse Pencak Silat!

Ik neem het de SPSA hoogst kwalijk. Zij hebben zich laten slepen door hun eerzucht (erkenning bij de PERSILAT als enige nationale bond) en hebben stukgeslagen nog voordat er handreikingen gedaan werden. Er is niet gekozen om in dialoog te treden met ontevreden leden, maar men bleef koppig volhouden aan de eigen visie. Men heeft het pad van verzoening verlaten om een rechtszaak aan te spannen tegen de dissidenten en die breeduit in de media te meten dat zij hadden gewonnen. Het bestuur van de SPSA mag zichzelf dan prijzen dat zij de enige vertegenwoordiger van de PERSILAT is in Suriname en Latijns Amerika, maar duidelijk blijkt dat zij niets heeft gedaan aan verbetering van het niveau van haar atleten. Zij ontmoedigen juist op zo een manier liefhebbers van de sport en zetten hun atleten en Suriname internationaal voor schut. En waarvoor? Om het de PSFS moeilijk te maken? Om te tonen dat de SPSA geweldig is? Hun enige zichtbare verdienste is het op 18 augustus 2018 in gebruik nemen van haar eigen bondsgebouw te Richelieu. Een heel positieve ontwikkeling is dit zeker te noemen. Het gebouw en het terrein zijn namelijk door de Surinaamse Postspaarbank (SPSB) ter beschikking gesteld en de bouw werd gefinancierd door dhr. Suparmin Djojobesarie van Djojo bedrijven nv. Vanwege de financiële perikelen rondom kopstukken van de SPSB en diverse personen in onder andere ook de zakenwereld, waarbij er geroepen werd naar een strafrechtelijk onderzoek, hoop ik van harte dat er geen malversaties zijn gepleegd voor wat betreft dit bondsgebouw, waardoor dit geen smet wordt voor de SPSA en de totale Pencak Silat familie in Suriname.

Met een beschikking in de hand van het Ministerie van Sport- & Jeugdzaken gedateerd 20 september 2016, heeft de SPSA aan de PERSILAT getoond dat zij door de Surinaamse overheid worden erkend en geaccepteerd als de enige nationale Pencak Silat bond. De strubbelingen binnen de SPSA waren toen nog niet van dien aard dat een groot deel uit de organisatie stapte. Dankzij deze beschikking heeft de PERSILAT, per schrijven van 29 juli 2018, dan ook aan de SPSA het predicaat van Affiliated Member gegeven. Deze liep tot 29 juli 2020. Ik weet niet wat de situatie nu is, maar het zal mij niet verbazen als de SPSA op de proppen komt met een beschikking getekend door de voormalige Minister van Sport- & Jeugdzaken (mevr. Lalini Gopal) en daarbij haar Affiliated Membership bij de PERSILAT verlengt.

In ieder geval lijkt het mij goed dat, indien dit laatste niet is gebeurd, er vanuit de overheid nog geen beschikking wordt gegeven aan de SPSA om daarmee te kunnen shoppen bij de wereldbond. Het lijkt mij beter dat uw ministerie eerst zaken heel goed evalueert, beide partijen bij elkaar roept en hun bemoedigt tot een zekere mate van samenwerking. De vorige minister van Sport- & Jeugdzaken stond jammer genoeg niet boven partijen. Zij was bekend met de “gespannen” situatie tussen de partijen en opperde zelfs dat er samen gewerkt moest worden en er een oplossing moest komen, maar heeft er zelfs niets aan gedaan om partijen bij elkaar te brengen. Ik hoop dat u deze fout niet zal maken. Het is gemakkelijk om een kant te kiezen, maar dan is dat juist ontwijken van het probleem. Beide groepen moeten samen werken en de atleten van beide groepen moeten de gelegenheid krijgen om hun niveau op te krikken en Suriname waardig te vertegenwoordigen. Ik hoop dat u beide organisaties bij elkaar roept, hun standpunten aanhoort, hun trackrecord evalueert (vooral die van de afgelopen 4 jaren) en hun nagenoeg verplicht om samen te werken in het belang van de Surinaamse Pencak Silat. Ik hoop ook dat beide kampen de volwassenheid tonen om hun geschillen bij te leggen en gezamenlijk verder kunnen werken aan de verdere ontwikkeling van deze edele gevechtskunst in Surinaamse.

John Sansker

Sun.sr