Spanje heeft zich gekroond tot derde winnaar van de Nations League na Portugal en Frankrijk. In de finale in Rotterdam was La Roja te sterk voor Kroatië onder aanvoering van Luka Modric, de grote ster van het Kroatische voetbal. De wedstrijd werd beslist vanaf de penaltystip, omdat het zowel na negentig minuten als na de verlenging 0-0 stond. En hoewel dat gezien wordt als een grote specialiteit van Kroatië, dat daarmee tweemaal een ronde verder kwam op het recente WK, ging het nu toch mis voor het Balkanland. Spanje heeft daarmee de eerste prijs in elf jaar te pakken. Zij wonnen met 5-4 na pingels.
Dat is een mooi succes voor bondscoach Luis de la Fuente, die zonder grote status en naam benoemd werd tot opvolger van Luis Enrique, die vertrok na het WK in Qatar en naar wordt aangenomen in Spanje en Frankrijk aan de slag gaat bij Paris Saint-Germain. De kritiek op De la Fuente zwol direct aan na een nederlaag in de EK-kwalificatie tegen Schotland, maar al in de vierde interland onder zijn leiding zorgt hij voor een hoofdprijs voor de Spanjaarden die in 2008 en 2012 Europees kampioen werden en in 2010 wereldkampioen door Nederland te verslaan in de finale.
De deceptie was enorm bij de Kroatische aanhang. Het was al ruim voor de wedstrijd een Kroatisch feestje in De Kuip, die voor de gelegenheid niet in Rotterdam-Zuid, maar in Zagreb, Split of Vukovar leek te liggen. De tribunes waren voor het overgrote deel bevolkt door Kroatische fans, die het plukje Spaanse supporters totaal in de schaduw stelden. Door voortdurend te zingen en te springen zorgden de Kroatische fans voor een bijzondere voetbalsfeer, die deed denken aan de support, die de Argentijnse fans gaven aan Messi & Co tijdens het WK.
Dat een meerderheid op de tribunes niet automatisch tot een overwicht op het veld leidt, liet de eerste helft zien. De Kroaten leken wat bevangen door de spanning en maakten nogal wat foutjes, zodat Spanje in grote delen van de wedstrijd de beter voetballende ploeg was. De eerste grote kans was ook voor La Roja. Het Kroatische Legioen hield zijn adem in, toen Gavi de bal rakelings naast schoot.
In vergelijking met de wedstrijd tegen Nederland had de Kroatische bondscoach Zlatko Dalic één wijziging doorgevoerd in zijn basiself. Centraal achterin speelde ditmaal Martin Erlic in plaats van Domagoj Vida. Een luid gebrul steeg erop vanaf de tribunes toen de naam van Luka Modric werd genoemd bij het voorlezen van de opstellingen. Met regelmatig scandeerde het stadion massaal ‘Luka, Luka, Luka’ als eerbetoon aan de bescheiden vedette.
Hoge verwachtingen
De verwachtingen waren hooggespannen in het Balkanland. Na de zilveren medaille op het WK 2018 en de bronzen medaille op het WK 2022 zou in Rotterdam eindelijk de felbegeerde prijs gepakt moeten worden onder aanvoering van Modric. Maar de 37-jarige middenvelder kon geen toverkunstje opvoeren in wat niet alleen zijn 166e interland voor Kroatië is geweest, maar mogelijk ook zijn laatste.
Na de grote kans voor Spanje kreeg ook Kroatië zijn momenten via Andrej Kramaric, Mario Pasalic en Ivan Perisic, al was het geen wedstrijd die bol stond van het doelgevaar. Na rust was de eerste hachelijke situatie voor het doel van de Spaanse doelman Unai Simon, die eerst mis tastte bij een voorzet van Perisic en vervolgens een schot van Josip Juranovic voorlangs zag gaan. Spanje had in de tweede helft minder controle over de wedstrijd en meer moeite met het geharnaste speler van de Kroaten, die veel energie in elk duel gooiden.
Een grote kans was er voor Marco Asensio, die de bal na een goede voorzet van Jordi Alba net over kopte. Voor de 27-jarige speler van nu nog Real Madrid was Rotterdam geen onbekend terrein. Het is de stad waar zijn moeder Marijke Willemsen, die overleed toen de Spaanse international pas vijftien was, uit afkomstig was en waar hij regelmatig zijn Nederlandse familie bezocht. Asensio wordt in verband gebracht met een transfer naar Paris Saint-Germain deze zomer. Even later was de middenvelder weer dicht bij een goal, maar zijn schot uit de draai ging net naast.
De Spaanse bondscoach De la Fuente had toen al zijn opvallende troefkaart uitgespeeld en Joselu ingebracht. De goaltjesdief is op latere leeftijd international geworden en heeft na slechts drie invalbeurten al drie goals achter zijn naam. In de halve finale tegen Italië tekende Joselu, die op de nominatie staat om naar Real Madrid te verhuizen, in de 88e minuut voor de winnende goal.
Ansu Fati
Bijna was het een andere invaller, Ansu Fati, die zich tot matchwinnaar had gekroond, maar de inzet van de Barcelona-aanvaller werd ternauwernood van de doellijn gehaald door Perisic. Tot grote opluchting van het Kroatische Legioen. Spanje was de bovenliggende partij in de slotfase van de reguliere speeltijd en ook Asensio kreeg nog een goede kans.
Maar het draaide toch weer uit op een verlenging, een bekend fenomeen voor de Kroaten. Niet alleen in de halve finale van de Nations League Final Four tegen Nederland hadden de Balkanbewoners een halfuurtje overwerk geleverd, maar ook in de achtste finale en kwartfinale van het WK, toen Kroatië respectievelijk Japan en Brazilië uitschakelde na het nemen van strafschoppen. Omdat invaller Dani Olmo namens Spanje een grote kans er niet in kreeg, draaide het ook in Rotterdam op in penalty’s. Met ditmaal niet de Kroaten, maar Spanje als grote winnaar.
Doelman Unai Simon pakte twee pingels, waardoor Spanje won met 5-4. Kroaten Lovro Majer en Bruno Petkovic misten, terwijl Daniel Carvajal de beslissende goal maakte.
telegraaf.nl







