Mário Zagallo was als speler, bondscoach en assistent betrokken bij vier wereldtitels van Brazilië. Hij overleed op 92-jarige leeftijd.
Hoe groot Mário Zagallo was, bleek uit de aankondiging van de Braziliaanse president Lula om drie dagen van nationale rouw af te kondigen na zijn dood. Mário Jorge ‘Lobo’ Zagallo, de Wolf, won vier wereldtitels met het meest aansprekende, grootste land in de geschiedenis van het WK voetbal: Brazilië. Twee keer als linksbuiten, in 1958 en 1962, als bondscoach in 1970 en als coördinator en tevens vertrouwensman van Carlos Alberto Parreira in 1994, toen Brazilië de titel na 24 jaar eindelijk weer veroverde.
Hij was de eerste die het kampioenschap won als voetballer en als bondscoach, hetgeen later ook Franz Beckenbauer (Duitsland) en Didier Deschamps (Frankrijk) lukte. Zagallo was tevens bondscoach in een legendarisch duel met Oranje op het WK in 1974, toen het Nederland van Rinus Michels, Johan Cruijff en Willem van Hanegem de finale bereikte na een spectaculair, bikkelhard duel met de Goddelijke Kanaries. Hoewel Pelé afscheid had genomen, was Zagallo in de voorbeschouwing nog vol vertrouwen, getuige zijn opmerking dat Oranje eindelijk een echte tegenstander had tijdens zijn opmars.
Na afloop kreeg hij ook kritiek, omdat hij Cruijff geen mandekking had gegeven. Meermaals prees hij Nederland later om zijn totaalvoetbal. Zagallo stond bekend om zijn mentaliteit en was een echte teamspeler, eigenschappen die hem geschikt maakten als bondscoach. Hij is onlosmakelijk verbonden met het Braziliaanse voetbal, omdat hij er gewoon in al die decennia bij was, in welke functie dan ook. In het museum in stadion Maracana werd in het begin van deze eeuw een standbeeld van hem onthuld met het bijschrift: de onsterfelijke.
Zeker zo belangrijk als sterspeler Pelé
Romario, als spits wereldkampioen in 1994, prees hem als zeker zo belangrijk voor het voetbal als de in 2022 overleden sterspeler Pelé. Bij dat kampioenschap van 1994 in de Verenigde Staten leidde Zagallo de aandacht soms af van Carlos Alberto Parreira, die slechts één taak had: de titel terughalen naar Brazilië, na 24 jaar. Dat gebeurde met soberder voetbal dan menig criticus wenste, want het zogenoemde sambavoetbal ontbrak.
De 1,67 meter kleine Zagallo was reeds als speler, vooral bij de nationale topclubs Flamengo en Botafogo, twee keer wereldkampioen, met één doelpunt in de finale van 1958 tegen Zweden. Dat was tijdens het toernooi in Zweden waarop Europa kennismaakte met het Braziliaanse spel, met de tiener Pelé als publiekstrekker. Zagallo verbindt zwart-wit beelden op tv met kleur, want in 1970, bij de derde Braziliaanse titel, was hij bondscoach. Hij verving in de aanloop naar het toernooi in Mexico Joao Saldanha, die de internationale ster Pelé niet wilde meenemen. Zagallo was pas 38 jaar destijds en gold ook als vriend van de spelers, met wie hij nog successen had gevierd.
Hij wist al die topspelers tot een team van eendracht te smeden. Al die nummers 10, Pelé, Rivellino, Gerson en Tostaõ in één elftal, met geweldig voetbal tot gevolg. De 4-1 tegen Italië geldt als een van de mooiste finales in de geschiedenis. Als dank schonk Pelé zijn shirt van de eindstrijd aan Zagallo, het icoon voor de eeuwigheid, die altijd dienstbaar was aan de sterren.
Bron: volkskrant.nl







