Thierry Henry heeft maandag in een Engelse podcast toegegeven jarenlang met een depressie te hebben gekampt. De voormalige Franse topaanvaller en assistent van de Rode Duivels linkt de depressie aan zijn jeugd. Die kwam aan de oppervlakte tijdens zijn periode als coach van Montréal Impact in Canada (2019-2021).
„Ik heb heel lang gelogen omdat de samenleving niet klaar was om mijn verhaal te horen”, zei de wereldkampioen van 1998 in de podcast ’The Diary of a CEO’. Henry is momenteel Frans beloftencoach. De depressie vergezelde hem zijn hele carrière, zonder dat hij daar zich daar zelf bewust van was.
„Tijdens mijn hele carrière moet ik depressief zijn geweest”, gaf hij aan. „Ik wist het niet en heb er ook niets aan gedaan. Ik heb me aangepast. In het leven moet je een voet voor een andere voet zetten, en vervolgens lopen. Je moet verder. Dat is mij verteld als kind. En ik ben nooit gestopt met lopen.” De klik kwam er tijdens de coronacrisis. „Toen kon ik opeens niet meer verder.”
Elke dag huilen
De topschutter aller tijden van Arsenal stopte met voetballen in 2014. In Canada zat hij tijdens de coronacrisis alleen. „Plots moest ik bijna elke dag huilen. Ik weet niet waarom, misschien zaten ze er al heel lang. Het was mijn jongere ik, die vroeg om goedkeuring maar die niet kreeg.”
Henry koppelt de mentale kwetsbaarheid aan zijn jeugd waarin hij voortdurend zocht naar goedkeuring van zijn vader. „Ik kreeg vaak te horen dat ik het niet goed had gedaan. Dat bleef hangen. Ik scoorde als tiener eens alle zes de goals in een 6-0 overwinning, maar mijn vader was achteraf niet tevreden. Hij begon over een gemiste controle en een gemiste voorzet. Zijn instelling hielp me als atleet tot op een zekere hoogte, maar als mens niet.”







