
Veertig jaar nadat het slachtoffer was geworden van Diego Maradona’s ‘Hand of God’, en van diens fabuleuze dribbel, keerde Engeland terug naar het Aztekenstadion in Mexico City. En wederom ontspon zich een wedstrijd waar nog lang over zal worden nagepraat op het eiland.
Het was een gevecht dat alles in zich had: schitterende reddingen van de keepers, omstreden strafschoppen, scherpe counters, opstootjes langs de zijlijn en een rode kaart. Dit alles voorafgegaan door noodweer waardoor de wedstrijd een uur later begon.
In de bange wetenschap dat Mexico in de afgelopen zes decennia er maar twee wedstrijden had verloren – in 2001 tegen Costa Rica en in 2013 tegen Honduras – was de ploeg van Thomas Tuchel naar het hooggelegen stadion afgereisd. Maar de Engelsen wisten ook dat zij, op papier, de betere spelers hebben. En dat laatste zou op deze gedenkwaardige avond de doorslag geven.

Bellingham grote uitblinker
Waar Harry Kane in de vorige ronde tegen de Democratische Republiek van de Congo de grote man was, was Jude Bellingham de uitblinker in de Azteken. De Real Madrid-ster legde de luidruchtige Mexicanen in de loop van de eerste helft het zwijgen op door twee keer te scoren in evenzovele minuten. Eerst uit een voorzet van Bukayo Saka en vervolgens uit een onbaatzuchtige pass van Kane.

Het leidde tot wilde taferelen in de Engelse kroegen die speciaal voor deze wedstrijd langer open mochten blijven. Dit was precies wat Engeland verwachtte van ‘Hey Jude’. Samen met Kane en Declan Rice vormt de 23-jarige de as die Engeland de eerste wereldtitel sinds 1966 moet bezorgen.
Maar vergeet ook Jordan Pickford niet, de ervaren wildebras in het Engelse doel. Na een kwartier spelen had hij een duikende kopbal van routinier Raul Jimenez op atletische wijze uit zijn doel gehouden. Een half uur later liet een schot van Julián Quiñones, uit een afgeslagen corner, hem echter kansloos: 1-2. Mexico joeg op de gelijkmaker, maar stuitte op Pickford en op Bellingham die kort voor rust een schot van Cesar Montes met een reflex uit het doel hield. Het was een adembenemende eerste helft, met een aanvallend Mexico en een counterend Engeland.

Rode kaart
Dat patroon zette zich na rust voort. Het spel bewoog zich heen en weer. Kort nadat de jonge Engelse linksachter Nico O’Reilly de paal had geraakt, torpedeerde de Engelse gelegenheids-rechtsachter Jarell Quansah de doorgebroken Mexicaan Jesús Gallardo. Aanvankelijk deed de Australisch-Iraanse scheidsrechter Alireza Faghani niets, omdat de Bayer Leverkusen-verdediger de bal raakte, maar de VAR stuurde hem naar de veldcamera waar hij zag dat het een zuivere rode kaart was. Engeland moest deze klus daarna met tien man klaren.
Ondanks deze tegenslag liep Engeland uit naar 1-3. De levensgevaarlijke linksbuiten Antony Gordon, die genoot van de ruimte die hij kreeg, werd bij een counter neergelegd door de Mexicaanse doelman Raul Rangel. Kane hield zijn hoofd koel bij de strafschop en scoorde zijn zesde doelpunt van het toernooi. Tien minuten later veroorzaakte Kane zelf een strafschop toen hij bij het wegtrappen van de bal de voet van Brian Gutierrez raakte. Jimenez benutte de strafschop, maar de Mexicanen slaagden er niet in om tijdens de laatste twintig minuten op gelijke hoogte te komen.
De 2-3 zege in en tegen Mexico zal de geschiedenis ingaan als een van de grote wedstrijden uit de Engelse WK-geschiedenis. ‘Het was een waanzinnige wedstrijd,’ zei aanvoerder Kane na afloop tegenover de camera’s, ‘We moesten iets vinden om te redden. Alles zat tegen– maar we hebben toch een manier gevonden.’ Nu wacht voor The Three Lions een trip naar Miami, waar het Engelse WK-avontuur een maand geleden was begonnen. Daar is Noorwegen de tegenstander, met de gevreesde spits Erling Haaland die de Engelsen door en door kennen.
Bron; De Volkskrant



