De naargeestige flats aan de rand van het centrum van Belgrado, architectonische gedrochten opgetrokken uit grauw beton, maken één ding duidelijk. Wie hier gaat wonen om een betere waterpoloër te worden, moet wel héél diepgewortelde liefde voor zijn sport voelen.
‘Hell of a job’
De strafworpen waarmee Nederland gisteren in de laatste groepswedstrijd van de Europese titelstrijd Georgië opzij schoof (16-15) nadat het duel in 9-9 was geëindigd, brengt de Spelen voor de 25-jarige midachter vier jaar eerder dan gepland in het vizier. Door zich te verzekeren van in ieder geval de twaalfde plaats mag de ploeg van bondscoach Robin van Galen in het voorjaar deelnemen aan het oympisch kwalificatie toernooi in het Italiaanse Triëst. Niet dat het retourtje Rio daar voor het oprapen ligt, haast Gielen te zeggen. ,,Het wordt een ‘hell of a job.’ Normaliter komt dat toernooi voor ons te vroeg. Maar je weet het nooit.’’
Aan Gielen zal het in ieder geval niet liggen. Sinds hij de zwart-witte kleuren van Partizan verdedigt, is hij uitgegroeid tot een speler van wereldklasse. ,,Deze club is wat Real Madrid in het voetbal is.’’
Toen hij neerstreek in de Balkan, maakte hij met zijn 95 kilo’s bij een lengte van 2.04 meter geen enkele indruk. Op de club werd hem verzekerd dat het een investering van twee jaar zou vereisen om het postuur te krijgen dat bij zijn positie in het veld hoort. En zie, nu hij 109 kilogram schoon aan de haak weegt, krijgt geen enkele midvoor hem nog opzij. Tien trainingen per week, inclusief een sessie op de ochtend van de vaste zaterdagavondwedstrijd, werpen hun vruchten af.
‘Ik schiet beter’
,,Er wordt hier niet louter op kracht getraind’’, verduidelijkt hij. ,,De nadruk ligt op flexibiliteit en uithoudingsvermogen. Sinds ik hier speel zwem ik makkelijker, schiet ik beter en kom ik hoger uit het water. Vroeger moest ik in een wedstrijd alle zeilen bijzetten en werd ik alsnog met gemak weggedrukt door mijn directe tegenstander. Nu kan ik niemand noemen die sterker is dan ik. Want ben je niet sterk, dan maak je op dit niveau geen enkele kans.’’
Gielen kan er van genieten als de Grobani, de gevreesde aanhang van Partizan, op de tribunes tekeer gaat. In weinig landen wordt het waterpolo zo hartstochtelijk beeefd als in Servië. Het laat onverlet dat hij vermoedelijk bezig is aan zijn laatste seizoen op de Balkan.
Salaris te laat
Vaker dan hem lief is wordt zijn salaris de laatste maanden te laat uitbetaald. Het is voor de Utrechter reden om elders in Europa te gaan kijken. Aan belangstelling geen gebrek. Galatasaray, Spandau Berlin en Hannover, Oradea Bucharesti plus de drie grootste clubs uit Boedapest – OSC, Vazas en Honved – hebben al geïnformeerd naar zijn toekomstplannen. ,,Maar misschien wordt het ook wel een club uit Italië.’’
Het buitenland is voort Gielen echter meer dan een avontuur. Het is ook een serieuze optie om zijn olympische droom te realiseren onder een andere vlag dan de Nederlandse driekleur.
Gielen denkt ook aan Spanje
,,Begrijp me goed, ik ga het liefst met Oranje naar de Spelen. Ook al moet ik wachten tot Tokio 2020. Ik geloof heilig in het project van Robin van Galen. Maar als ik over een jaar of twee het idee heb dat ook dat niet haalbaar is, sluit ik niet uit dat ik namens een ander land naar de Olympische Spelen probeer te gaan. Spanje zou in dat geval een mogelijkheid zijn.’’
Voorlopig heeft hij nog geduld. Vorig jaar, toen hij in gesprek was met Spandau Berlin, werd hem al de mogelijkheid geboden om via die club voor de Mannschaft uit te komen. Het was een optie waar Gielen voor bedankte. Lachend: ,,Als Duitser deelnemen aan de Olympische Spelen, dat ging me nét iets te ver.’’
Telesport


