Sergio Ramos heeft de Spaanse arbiters geadviseerd om eens wat beter naar hun collega’s in Engeland te kijken. Volgens de aanvoerder van Real Madrid laten de Engelse scheidsrechters meer toe en fluiten ze ook meer in de geest van de wedstrijd. “Ze laten meer doorgaan, ik houd daar wel van. Ook bij de Europese wedstrijden wordt meer getolereerd dan bij ons in Spanje”, zei Ramos na de openingswedstrijd in La Liga zondag tegen Deportivo la Coruña.
De 31-jarige verdediger werd in blessuretijd, bij een voorsprong van 3-0, met rood (twee keer geel) uit het veld gestuurd. Het was voor Ramos al de 23e keer dat hij een rode kaart kreeg, voor de achttiende keer in de Spaanse competitie. Daarmee evenaarde hij het record in La Liga dat al werd gedeeld door Pablo Alfaro en Xavi Aguado.
Ramos kreeg tegen Deportivo kort na rust eerst geel voor een opstootje met Fabian Schär, die boos was omdat de Madrileen de bal niet buiten het veld wilde spelen toen ploeggenoot Zakaria Bakkali geblesseerd op het veld lag. “Eerder in de wedstrijd schoot Deportivo de bal ook niet buiten de lijnen toen wij een blessuregeval hadden, dan doen wij dat ook niet”, verklaarde Ramos. ,,De spelers van Deportivo kwamen allemaal op me af, Schär gaf me een kopstoot en alles wat ik deed was hem wegduwen.”
Het leverde beiden ‘slechts’ geel op. In blessuretijd kon Ramos alsnog vertrekken, toen hij bij een luchtduel zijn elleboog in de nek van Borja Valle plantte. “Ik had niet de intentie hem te raken, ik wilde alleen mezelf beschermen”, zei de verdediger. “Ik vond het geen gele kaart waard.”
Telesport


