Hij won al de Giro d’Italia, maar met zijn tweede plek in de Tour de France slokte Tom Dumoulin (27) weer alle aandacht op. Een hele generatie ronderenners, hoe goed en sterk ook, weet inmiddels dat hij in de schaduw van één man staat.
Na een angstaanjagende afdaling is Primoz Roglic net juichend over de finishstreep in Laruns gekomen. Het is alweer de derde witwinst voor Lotto-Jumbo deze Tour, na de twee eerdere sprintzeges van Dylan Groenewegen. Zoveel succes heeft zelfs Robert Gesink, bezig aan zijn achtste Tour de France, nog nooit meegemaakt. En dan ook nog nummer 4 en 5 in het klassement, met Roglic en Steven Kruijswijk. ,,Sommigen moeten hun eigen kansen opofferen, maar drie keer winnen met het team is het meer dan waard. Ik ben blij dat ik er een rol in heb kunnen spelen’’, zegt Gesink, dankzij wiens beulswerk in de laatste bergetappe Roglic in kansrijke positie kwam.
Opvolger
Inderdaad. Dit is dezelfde Gesink die na zijn vierde plek in de Tour van 2010 (na het schrappen van Contador en Mentsjov) werd bestempeld als de opvolger van Joop Zoetemelk. Drie jaar geleden was hij met de zesde plek in het klassement nog de beste Nederlander. Maar de tijden zijn veranderd. Gesink is geen klassementsrenner meer. Dit jaar trok hij zich uit elkaar voor de belangen van zijn kopmannen en probeerde hij zelf tot drie keer toe vanuit een kopgroep een gooi te doen naar de door hem zo begeerde ritzege.
Dat doet de Achterhoeker met liefde en vol overtuiging, maar voorafgaand aan de Giro vertelde Gesink hoe het voelt om naar Tom Dumoulin te kijken als je zelf jaren hebt gedroomd van een zege in een grote ronde. ,,Tom is een heel grote klasbak, een echte winnaar. In mijn ogen is de rek er nog niet uit. Klassementen rijden, dat heb ik ook jarenlang gedaan. En als je dan ziet hoe goed hij dat doet, dat had ik ook graag gewild. Ik had ook graag een grote ronde willen winnen, maar als het er niet in zit, dan is dat helaas zo. Dat is een beetje dubbel.’’
Klassement
Voor een klassement rijden in een grote ronde is het hoogste doel voor een wielrenner, tenminste volgens Dumoulin zelf. Dat is wat hij zei toen hij twee jaar geleden in Andorra zijn eerste Touretappe won. De Limburger vond het mooi, maar sprak vervolgens met bewondering over Bauke Mollema, die op weg leek naar de tweede plek in het klassement. Diezelfde Mollema opereert inmiddels als ronderenner volledig in de schaduw van Dumoulin. Na een val in de etappe naar Roubaix, met een rugblessure tot gevolg, konden Mollema’s klassementsambities voor deze editie van de Tour bij het oud vuil.
Voor de Tour vertelde de Groninger al hoe hij naar de ontwikkeling van Dumoulin keek. ,,Jaloers ben ik niet’’, zei Mollema. ,,Het is al een paar jaar dat Dumoulin de andere klassementsrenners een beetje overschaduwt. Hij kwam in de Vuelta van 2015 al opzetten. Ik heb daar niet zo veel moeite mee. Het is toevallig omdat Tom een Nederlander is, maar ik zit zelf in een buitenlandse ploeg. Mij maakt het niet uit of ik tegen Dumoulin strijd of tegen Froome of Quintana.’’
Kruijswijk
Ook de afgelopen weken was het weer Dumoulin voor en Dumoulin na. En dan te bedenken dat Steven Kruijswijk met zijn vijfde plek in de Tour tot drie jaar geleden alle sportjournaals en voorpagina’s zou hebben gedomineerd. Het lijkt al weer bijna vergeten dat Kruijswijk degene zou zijn die in het rijtje met Jan Janssen en Joop Zoetemelk zou worden bijgeschreven als nieuwe Nederlandse winnaar van een grote ronde.
Dumoulin reed in de Giro van 2016 zes dagen in het roze, maar het was Kruijswijk die Alejandro Valverde en Vincenzo Nibali op minuten achterstand reed. Maar toen hij in de voorlaatste bergetappe een sneeuwmuur ramde, viel ook Kruijswijks roze droom aan diggelen. Een jaar later herschreef Dumoulin de vaderlandse wielergeschiedenis door de Giro te winnen, dat wat Kruijswijk een jaar eerder dus had nagelaten.
,,Afgunst is niet het goede woord. Maar ik voel wel gezonde jaloezie’’, vertelde Kruijswijk al voor de Tour de France over de prestaties van Dumoulin. ,,We hebben een aantal heel goede renners, jongens die dit aankunnen. Dat is alleen maar mooi. Een jaar of tien geleden waren Nederlanders blij dat er iemand vijftiende werd in de Tour. Nu willen we drie man bij de eerste tien hebben. Maar ik kijk vooral naar mezelf, vergelijken is meer iets voor de mensen thuis. Toch staat Tom echt nog wel een stap boven mij. Tom is next level.’’
door:ad.nl


