Atlético Madrid kan zaterdag voor het eerst in de clubhistorie de Champions League winnen. Ten opzichte van tegenstander en stadgenoot Real Madrid is de Europese prijzenkast van Atlético met twee Europa Leaguebekers en één cup voor bekerwinnaars een stuk minder gevuld.
Maar als de rood-witten dit seizoen iets bewezen hebben, is het wel dat je met de juiste mentaliteit een heel eind kan komen.
Eigenlijk uit het niets won de volksclub dit seizoen de Spaanse landstitel. Belangrijk daarin was de inbreng van Diego Costa. Wie hem vorig seizoen in de schaduw van Radamel Falcao zag spelen, had waarschijnlijk nooit verwacht dat de geboren Braziliaan zich dit seizoen zou ontpoppen tot de grote man. Kritiek dat ‘Atléti’ door het vertrek van Falcao naar AS Monaco weinig kans op succes zou hebben, verstomde echter door de scoringsdrift van Costa die in de competitie liefst 27 doelpunten maakte.
Het is alleen hoogst onzeker of de inmiddels Spaanse international er zaterdag wel bij is. De spits is naar Belgrado afgereisd om zich aan een hamstringblessure te laten behandelen. Zonder Costa blijft er van Atlético vooral een vechtmachine over, waarbij de hoop is gevestigd op een tactische meesterzet van trainer Diego Simeone, die doorgaans geheel in het zwart gekleed langs de lijn staat.
De voormalig middenvelder moest het als voetballer al van knokken hebben, iets dat hij heeft overgebracht op zijn ploeg. ‘Fans in heel Spanje kunnen zich met ons identificeren en een klein beetje Atlético in zich voelen’, zei de succesvolle coach, die met Atlético vorig jaar ook al de beker won. ‘Psychologie is belangrijk, maar uiteindelijk draait het om motivatie. Als je dat niet in je hebt, kan je dat niet oproepen.’
ad.nl


