Napoli heeft zichzelf donderdag in de thuiswedstrijd tegen Dnjepr Dnjepropetrovsk in de halve finales van de Europa League tekort gedaan. De Italiaanse ploeg was veel sterker dan de club uit Oekraïne, maar verzuimde het surplus aan techniek in de stand tot uitdrukking te brengen: 1-1. De return volgende week donderdag in Oost-Europa wordt daardoor een loodzwaar karwei voor de club uit Zuid-Italië.
Dnjepr haalde in Europees verband de laatste vier nog nooit. Napoli won in 1989 de UEFA Cup en bereikte sindsdien nooit meer de halve finales op het Europese toneel.
Met onder anderen Dries Mertens (ex-PSV) op de bank was Napoli vanaf de aftrap de betere ploeg. De thuisclub, zonder de geblesseerde Jonathan de Guzman, had tegen het defensief ingestelde Dnjepr een flink overwicht, maar had moeite om tot uitgespeelde kansen te komen. De Oekraïense ploeg, die eerder in het toernooi Ajax uitschakelde, loerde voornamelijk op de counter, maar kon in de eerste helft evenmin echt gevaarlijk worden.
Opgepept door coach Rafa Benitez, die al drie Europese hoofdprijzen won, kwam Napoli getergd uit de kleedkamer voor de tweede helft. Een doelpoging van Marek Hamsik kon Dnjepr nog verijdelen. Uit de daaropvolgende hoekschop kopte de Spanjaard David López raak, 1-0. Napoli leek daarna door te drukken, maar met name Gonzalo HiguaÃn toonde in het strafschopgebied van Dnjepr veel te weinig scherpte. Met een ‘illegale’ treffer zorgde Selezniov in Stadio San Paolo voor een stevige kater bij het thuispubliek: 1-1.
ad.nl


