Omdat inhalen in Melbourne haast onmogelijk was, begon het Formule 1-seizoen gisteren nogal saai. En dat soort weekeinden zullen we vermoedelijk wel meer krijgen dit jaar. Heeft de sport een probleem, nu het soms meer op een optocht lijkt dan een race?
Jan Lammers slaakt een diepe zucht. ,,Je wordt er niet goed van”, zegt hij een dag na de openingsrace van het Formule 1-seizoen. De door Sebastian Vettel gewonnen Grand Prix van Australië zal ons niet lang bijblijven, daarvoor gebeurde er in Melbourne veel te weinig. Lammers, 23 keer aan de start van een GP in de koningsklasse, vindt dat de sport ten onder gaat aan zijn eigen regels. ,,De Formule 1 is truttig geworden. Er mag en kan bijna niets meer. Als een bokswedstrijd waarbij je niet mag slaan.”
Die race van gisteren was geen reclame voor de sport, vindt Lammers. Zoals Max Verstappen zei: ‘ik had de tv uitgezet’. Inhalen was door de bredere, agressievere wagens die in 2017 werden geïntroduceerd met hun goede wegligging en complexe aerodynamica en de lay-out van het circuit bijna niet mogelijk, hoeveel sneller je ook bent dan de coureur voor je. En helaas, Albert Park is niet de enige baan waarvoor dat geldt.
Entertainment
Lammers is niet van het ‘vroeger was alles beter’. Hij begrijpt dat de Formule 1 niet om het thema veiligheid heen kan. Maar je kan ook doorslaan, vindt hij. ,,Natuurlijk moet je met je gezin rustig op de tribune kunnen zitten en moet het voor de coureurs veilig zijn. Maar Formule 1 is ook entertainment en dat zit hem in het inhalen. Ze hebben geprobeerd dat te bevorderen met het invoeren van de DRS. (Het ‘drag reduction system’, waarbij op bepaalde delen van het circuit de achtervleugel open gezet kan worden om de luchtweerstand van de auto te verkleinen en de topsnelheid te verhogen, red.). Maar van een inhaalactie op het rechte eind, spring je ook niet van de bank. En door de strengere veiligheidseisen is het nut van die DRS alweer opgeheven. Dat je nog maar één keer van je lijn mag bij het blokkeren, bijvoorbeeld, vind ik niets. Inhalen is een kunst, afhouden ook. Laat het vrij.”
Lammers ziet wel iets in het ‘push to pass’-systeem. Met een druk op de knop kan een coureur een bepaald aantal keren per race zijn PK’s opschroeven. ,,Dat werkte in andere divisies, zoals de A1GP en de Indycar, prima. Het is ook heel inzichtelijk te maken voor het publiek. Die rijder heeft nog twee pushes, die nog één. Er komt strategie bij kijken; wanneer zet je ze in?”
Geen middenweg
Giedo van der Garde, in 2013 coureur voor Caterham F1, ziet het iets anders dan Lammers. Zijn strekking: je kunt het nooit voor iedereen goed doen. ,,Een paar jaar geleden hadden de coureurs veel minder downforce, door andere banden en vleugelafstellingen. Dat was spectaculair, het inhalen ging een stuk gemakkelijker dan nu. Maar de rijders klaagden, de auto ging alle kanten op, ze moesten langzamer rijden om hun banden sparen. Racen gaat ook om zo hard mogelijk door de bochten gaan, zo snel mogelijk naar de finish. Dus toen is dat aangepast. Nu zijn de coureurs blij, ze hebben veel grip, maar is inhalen moeilijker en kan het saai worden voor het publiek. Er is niet echt een middenweg.”
Van der Garde vindt het bovendien te vroeg voor paniek. ,,We hebben één weekeinde gehad en let wel, Australië is altijd saai geweest. Vorig jaar hebben we een aantal minder leuke races gehad, maar net zo goed een aantal spectaculaire. Als we over vijf grands prix alleen maar saaie races hebben gehad, moeten we het onderwerp echt bespreken.”
Al gebeurt dat volgens de oud-coureur op de achtergrond al, bij de FIA. ,,Ze zijn aan het onderzoeken of het op een aantal circuits mogelijk is bochten en rechte stukken fors te verbreden. In die bocht kan iedere coureur dan zijn eigen draaihoek bepalen. Ga je van breed naar binnen, of houd je de bocht juist kort? Dat kan heel gevarieerd worden, met veel inhaalacties. Een gaaf idee om te proberen. Maar in Melbourne kan zoiets bijvoorbeeld al niet. Of je moet de stad verleggen.”
door:ad.nl


