TURIJN – Juventus is voor de negende keer op rij kampioen van Italië geworden. Een 2-0 overwinning op Sampdoria was op de late zondagavond voldoende om zich twee speelronden voor het einde te verzekeren van de Scudetto.
Matthijs de Ligt en zijn ploeggenoten hadden het afgelopen donderdag op bezoek bij Udinese al kunnen afmaken, maar ondanks een treffer van de oud-Ajacied verloor de ploeg van Maurizio Sarri het uitduel bij de middenmoter met 2-1.
Ronaldo opent het bal
Bij de tweede kans (ditmaal in het eigen stadion) was het dus wel raak. En wie anders dan Cristiano Ronaldo haalde de trekker als eerste over. Nadat de Portugees eerder een kopbal van dichtbij gekeerd zag, trof op hij op slag van rust doel. Miralem Pjanic legde een vrije trap slim terug en Ronaldo schoot via het been van oud-VVV’er Maya Yoshida raak.
De kampioen werkte geen sterke eerste helft af. De ploeg kreeg weinig kansen, zag al twee spelers (Danilo en Paulo Dybala) geblesseerd uitvallen en ontsnapte aan een achterstand toen Fabio Quagliarella van dichtbij te slap in schoot. Ook na rust liet Sampdoria merken niet voor een feestwedstrijd naar het Allianz Stadium te zijn gekomen. Binnen tien minuten was het al uitgevoetbalde ’Samp’ tot vier keer toe dicht bij de gelijkmaker.
Thorsby rood
Maar waar de bezoekers dus niet doorbeten, sloeg Juventus wel toe. Nadat Emil Audero halverwege de tweede helft een schot van Ronaldo niet onder controle kreeg, sloeg Federico Bernardeschi in de rebound toe. Hoewel Sampdoria ook daarna nog niet opgaf, kwam de 36e landstitel van Juventus niet meer in gevaar. Zeker niet toen oud-SC Heerenveen-middenvelder een kwartier voor tijd zijn tweede gele kaart kreeg. Tegelijkertijd verliet ook De Ligt het veld, hij werd vervangen door Daniele Rugani.
In de slotfase kreeg Ronaldo nog vanaf de strafschopstip de kans om de achterstand op topscorer Ciro Immobile (Lazio, 34 treffers) te verkleinen, maar de Portugees schoot de bal hard op de lat. Ronaldo bleef daardoor op 31 staan.
Telesport


