De Duitse wielrenner Tony Martin verlaat de Tour de France als leider in het algemeen klassement. De renner van Etixx-QuickStep liep donderdag bij een ongelukkige valpartij in het slot van de zesde etappe een gebroken sleutelbeen op. Na overleg met de ploegleiding besloot Martin uit de Tour te stappen.
Martin maakte op het hellinkje richting de finish een rare beweging en ging onderuit. De geletruidrager nam Vicenzo Nibali, Nairo Quintana en Warren Barguil mee in zijn val, Tejay van Garderen kon de renners voor zich niet ontwijken en smakte er bovenop. Martin bleef een tijdje zitten op de grond en wist toen al dat het mis was. ,,Ik dacht meteen aan een sleutelbeenbreuk”, zei de Duitser, die met wat hulp toch weer op zijn fiets stapte en naar de finish werd geduwd door ploeggenoten van Etixx-QuickStep. Daar feliciteerde hij direct zijn Tsjechische ploeggenoot Zdenek Stybar, die de rit had gewonnen.
Martin kwam op het erepodium een nieuwe gele trui ophalen, maar spoedde zich daarna naar het ziekenhuis. Daar werd zijn vrees voor een sleutelbeenbreuk bevestigd. De Duitse ‘Panzerwagen’ liet in eerste instantie een vervolg in de Tour open. In het verleden baarden onder anderen Pascal Simon (1983) en Tyler Hamilton (2003) opzien door met een gebroken sleutelbeen ‘gewoon’ door te rijden. Simon slaagde er toen in enkele dagen het geel te behouden, Hamilton won aan het einde van de Tour zelfs een etappe. Martin zal ongetwijfeld ook zoiets heroïsch in gedachten hebben gehad, maar besloot na overleg met de staf alsnog om verstandig te doen.
Maandag op weg naar Hoei ging Fabian Cancellara al hard onderuit in het geel. De Zwitser reed de etappe wel uit, verloor zijn trui en moest ‘s avonds alsnog opgeven vanwege twee gebroken rugwervels.


