De Nederlandse equipe moet bij de Olympische Spelen in Rio de Janeiro meer medailles in meer sporten veroveren. Die ambitie sprak chef de mission Maurits Hendriks woensdag uit in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Aantallen noemde hij niet. “Dat is nu niet realistisch. Daar kom ik in april of mei op terug, als we een beter beeld hebben van de atleten en teams die zich hebben geplaatst.”
Hendriks had in Londen 126 starts in 24 disciplines van Nederlandse sporters gezien. “Ik wil wel kijken of we dat in Rio 2016 kunnen verbreden.”
De baas van de olympische ploeg rekent als vanouds op plakken in de zeven kernsporten. “Hoewel er bij zwemmen en judo een stevige uitdaging ligt, zeker bij het langebaanzwemmen. De hockeyteams liggen op koers en de hippische sporten hebben laten zien dat ze heel sterk en stabiel zijn. Bij het zeilen en wielrennen zie ik gunstige ontwikkelingen in meerdere disciplines en het roeien heeft ook weer potentieel.”
Maar de zeven kernsporten krijgen concurrentie, voorziet Hendriks. “Ik zie groei in de atletiek, het handboogschieten, het boksen, beachvolleybal en turnen. Ik hoor het Epke Zonderland na zijn olympische titel in Londen nog zeggen: over vier jaar wil ik met een team in Rio staan. En dat we met Jessica Blaszka een worstelaarster in Rio hebben, beschouw ik als een cadeautje.”
De chef de mission ziet in Rio ook graag meer Nederlandse teamsporten. In Londen waren alleen de hockeyers bij de mannen en de vrouwen actief. “We zijn namelijk ook een teamsportland. De perspectieven voor de volleybalsters, waterpolosters, voetbalsters en handbalsters zijn aanwezig.”
Telesport


