Red Bull kan in Abu Dhabi volgens teambaas Christian Horner niet anders dan hopen dat het goed zit met de betrouwbaarheid van haar Renault-motoren. Het aantal reserveonderdelen dat nog beschikbaar is, is namelijk beperkt.
Horner verwijst daarbij ook gelijk naar het materiaaltekort bij Renault, met de Franse fabrikant die vooral eerder gebruikte onderdelen oplapt, terwijl er bij de teams zelf fanatiek motorcomponenten van verschillende motorexemplaren gewisseld worden om alles draaiende te houden.
“Het positieve is dat we de Grand Prix van Brazilië met twee auto’s hebben uitgereden. Hopelijk kunnen we de daar gebruikte motoren dus gewoon weer inzetten in Abu Dhabi en zijn er verder geen problemen mee. In Abu Dhabi, tijdens de slotrace, moeten we er immers gewoon voor gaan.”
Red Bull-teambaas Horner.
Ondanks zijn kritische kanttekeningen prijst Horner “de Renault-monteurs in onze garages” voor hun goede werk. “De manier waarop zij onderdelen over en weer wisselen, is erg knap. Het is nooit ideaal op het circuit complete motoren te moeten herbouwen, maar zij doen het elke week weer.”
“Die jongens hebben het soms behoorlijk te verduren, maar feit is dat ze onder lastige omstandigheden wonderen verrichten”, zegt Horner over het bij Red Bull gedetacheerde Renault-personeel.
Behalve het eigen fabrieksteam en Red Bull, rijdt ook Toro Rosso met Renault-motoren. Tijdens het raceweekend in Brazilië klapte het tussen dat team en Renault, vanwege betrouwbaarheidsproblemen en verwijten van beide kanten.


