PARAMARIBO — “Alle topzwemmers van Suriname zullen meedoen, dus het wordt ongetwijfeld weer een heel goed zwemweekend.” Dit zegt De Dolfijn-coach en meet director Desiré Eendragt tegen de Ware Tijd over de jaarlijkse ‘mid distance’-wedstrijden van zijn vereniging op 22 en 23 maart in het eigen bad. Met de mid distance wordt een ‘andere’ categorie zwemmers bereikt. Het zijn vooral de afstanden 200, 400 en 800 meter, waarbij de uithouding belangrijk is.
Eendragt vertelt dat alle zwemmers op lange afstanden trainen. Per dag wordt er namelijk minimaal drie- tot vijfduizend meter gezwommen, soms zelfs zevenduizend meter. “Dat is ongeveer 120 banen. Dus deze wedstrijden zijn anders dan de sprint (50 en 100 meter, … red.) die wij kennen. Hier speelt de uithouding een voorname rol.”
“Het is deels ook de schuld van de leden dat het niet de goede kant opgaat met de zwemsport”
Hij beaamt dat er zwemmers in soorten zijn. Sommigen kiezen voor de korte of lange afstand, anderen zijn geschikt voor open water, maar er zijn ook zwemmers die erg veel van de sport houden, maar niet het talent hebben om aan wedstrijden mee te doen. Voor deze groep zijn er, aldus de coach, misschien andere onderdelen weggelegd. Hij denkt aan waterpolo en waterballet (synchroonzwemmen).
Leeftijdsklassen
De mid distance-wedstrijden worden het eerste evenement dit jaar van De Dolfijn. Het tweede meetmoment van de club is de Anthony Nesty International Open, die in december wordt gehouden.
Voor 22 en 23 maart worden zwemmers verwacht uit Nickerie en van de stadse clubs VOS, Oase, De Witte Lotus en Neptunes. De deelnemers worden ingedeeld in de leeftijdsklassen zes jaar en jonger, 7-8 jaar, 9-10, 11-12, 13-14, 15-17 en 18+. “Soms is er ook de categorie vijftien jaar en ouder, omdat het zwemgebeuren een beetje is gaan inkrimpen, waardoor men meerdere categorieën bij elkaar trekt voor heats om te zwemmen. Dit is om te voorkomen dat er lege banen zijn”, legt de coach uit.
Status zwembond
Volgens Eendragt gaat het met zwemmen niet de goede kant op. “Wij hebben nog steeds een interim-bestuur bij de Surinaamse Zwembond (SZB). Dat moet anders omdat deze situatie in feite voor achteruitgang zorgt. Eigenlijk kan de bond niet handelen in de hoedanigheid waarin hij zit. Het is jammer dat de leden niet hun verantwoordelijkheid nemen om de situatie te veranderen. Het is deels ook hun schuld dat het niet de goede kant opgaat met de sport. Ze zitten, kijken en wachten maar. Ook hen moet er een vinger in de neus worden gestopt om het verder van de grond te halen.”
Eendragt erkent dat het tegenwoordig voor verenigingen zwaar is om zwemmers op te leiden en om wedstrijden te organiseren. “Niet alleen de clubs hebben het moeilijk, ook de ouders voor wie het alsmaar moeilijker wordt om hun kinderen in water te krijgen. Ondanks dat elke sport in Suriname op de overheid is aangewezen, komt er weinig steun van die kant. Terwijl de bonden en clubs subsidie zouden moeten krijgen, gebeurt dat sinds 2015 niet meer.”
Hij vertelt dat de SZB het momenteel moet hebben van de steun van het Surinaams Olympisch Comité en het geld dat wordt ontvangen voor zwemdiploma’s die worden uitgereikt na het afnemen van zwemexamens. De clubs genereren merendeel van hun inkomsten uit contributie van de leden. Eendragt spoort de clubs aan om zoveel mogelijk te blijven rekruteren en de bond roept hij op om meer trainingen aan te bieden en om zijn kader scherp te houden.
dwtonline.com






