Natio-crisis escaleert: snelle wetsaanpassing enige uitweg

Surinaams-Nederlandse voetballers die uitkomen voor het Surinaamse nationale elftal, Natio, dreigen in de problemen te komen met hun Nederlandse nationaliteit. Door het aannemen van de Surinaamse nationaliteit via het zogeheten sportpaspoort lopen zij volgens de Nederlandse wet het risico hun Nederlanderschap te verliezen. De kwestie zorgt inmiddels voor onrust bij clubs, de KNVB en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

De situatie wordt steeds urgenter. Spelers met een dubbele achtergrond staan voor een moeilijke keuze: hun clubcarrière in Nederland veiligstellen of uitkomen voor Suriname. Volgens de Nederlandse wetgeving kan het vrijwillig aannemen van een andere nationaliteit namelijk leiden tot automatisch verlies van het Nederlanderschap, tenzij een uitzondering van toepassing is.

De gevolgen zijn inmiddels merkbaar in het Nederlandse voetbal. De KNVB is een onderzoek gestart naar de impact op spelers en competities, terwijl de IND kijkt naar mogelijke oplossingen, zoals constructies via werkvergunningen. Ondertussen hebben meerdere Eredivisieclubs al ingegrepen. Minstens drie Natio-spelers zijn voorlopig buiten de selectie gelaten totdat er duidelijkheid is over hun juridische status.

Sportpaspoort zorgt voor kansen én risico’s

Het Surinaamse sportpaspoort werd juist ingevoerd om spelers uit de diaspora de mogelijkheid te geven voor Natio uit te komen. Jarenlang werd hier in Suriname voor gepleit, en de regeling leidde er inderdaad toe dat meer Surinaams-Nederlandse spelers beschikbaar kwamen voor het nationale elftal.

Toch kleeft er een juridisch risico aan deze constructie. De in Hoofddorp gevestigde advocaat Soerin Jankie noemt de situatie “heel zorgelijk” voor Natio. Hij heeft ruime ervaring en houdt zich regelmatig bezig met nationaliteitskwesties.

Afbeelding: Soerin Jankie

Volgens Jankie is het probleem duidelijk: spelers die via het sportpaspoort de Surinaamse nationaliteit aannemen, kunnen daardoor hun Nederlandse nationaliteit verliezen. “De Nederlandse wet is op dit punt helder,” stelt hij. “Meerderjarigen verliezen in beginsel automatisch hun Nederlanderschap wanneer zij vrijwillig een andere nationaliteit aannemen, tenzij zij onder een uitzonderingsregeling vallen.”

Oplossing: wijzig PSA-wet en benut Toescheidingsovereenkomst

Jankie ziet echter ook duidelijke oplossingen. Volgens hem moet Suriname met spoed de wetgeving aanpassen, met name de PSA-wet (Personen van Surinaamse Afkomst).

“De kern is dat de PSA-wet moet worden gewijzigd,” legt hij uit. “Daarin moet expliciet worden opgenomen dat personen van Surinaamse afkomst het recht hebben om uit te komen voor vertegenwoordigende elftallen van Suriname.”

Daarnaast wijst hij op de mogelijkheden binnen de Toescheidingsovereenkomst (TO). Artikel 5, lid 2 van deze overeenkomst biedt volgens hem een belangrijke opening voor Surinaamse Nederlanders. Deze bepaling kan worden toegepast op kinderen van personen die onder de overeenkomst vallen, met name voor degenen die zijn geboren vóór 2001.

Op basis van artikel 5, lid 3 zouden deze spelers een speciale status kunnen verkrijgen om voor Natio uit te komen. “Maar,” benadrukt Jankie, “de Surinaamse overheid moet dat proces niet tegenwerken.”

“Voer artikel 5-status in en breid PSA-rechten uit”

Volgens Jankie is er feitelijk één duidelijke route vooruit: Suriname moet versneld de artikel 5, lid 2-status invoeren én tegelijkertijd de PSA-wet uitbreiden.

Op dit moment biedt de PSA-wet al bepaalde rechten, zoals het vrijstellen van een werkvergunning en het vergemakkelijken van toegang tot het land. Maar dat is volgens hem niet voldoende.

“Je moet wel die PSA-status aanvragen, maar de wet geeft nu te weinig rechten,” zegt hij. “Daarom moet expliciet worden vastgelegd dat deze groep ook mag deelnemen aan vertegenwoordigende elftallen. Dan heeft het een stevige wettelijke basis in Suriname en is het probleem in principe opgelost.”

Volgens Jankie zouden deze aanpassingen ook moeten gelden voor spelers die na 2000 zijn geboren, of zelfs voor spelers zonder artikel 5-status. “Als je dat goed regelt in de PSA-wet, haal je de juridische onzekerheid weg.”

Spoed vereist, maar FIFA vormt geen obstakel

De jurist benadrukt dat snelle politieke actie noodzakelijk is. “Er is een heel spoedige actie nodig vanuit het Surinaamse parlement en de regering,” stelt hij.

Wat betreft internationale regelgeving ziet hij weinig obstakels. “Ik verwacht geen problemen met goedkeuring van de FIFA,” aldus Jankie. “Het gaat er vooral om dat Suriname zijn eigen wettelijke basis op orde brengt.”

Druk neemt toe

De discussie speelt zich af tegen de achtergrond van een bredere ontwikkeling, waarbij nationaliteitskwesties in het internationale voetbal steeds vaker een rol spelen. Clubs houden inmiddels nadrukkelijk rekening met de gevolgen van een wijziging in de nationaliteitsstatus van spelers.

Voor Suriname staat er veel op het spel. Zonder snelle aanpassingen dreigt het nationale elftal spelers te verliezen of worden spelers gedwongen te kiezen tussen hun carrière en hun land.

De boodschap van Jankie is daarom duidelijk: pas de PSA-wet aan, benut bestaande verdragen en creëer snel juridische zekerheid. Alleen dan kan Natio blijven bouwen op de talenten uit de diaspora.

Absurd

Ook senior sportjournalist Quaraisy Nagessersing van het QN Sports, die Natio al jaren op de voet volgt, zegt dat de Nationale Assemblée en de Surinaamse regering, in nauw overleg met de FIFA, aan zet om deze kwestie op te lossen.

Afbeelding: Quaraisy Nagessersing

Nagessersing wijst erop dat de huidige situatie haaks staat op een jarenlang traject. “Ik weet dat het jaren heeft geduurd voordat we konden beschikken over een sportpaspoort,” zegt hij. Dat sportpaspoort werd juist ingevoerd omdat de Toescheidingsovereenkomst in de praktijk slechts beperkte ruimte bood. Volgens hem konden aanvankelijk alleen derde generatie Surinaamse Nederlanders, geboren in Nederland, voor het nationale elftal uitkomen met behoud van hun Nederlandse paspoort.

De basis voor het sportpaspoort werd mede gelegd door John Krishnadath, oud-voorzitter van de Surinaamse Voetbalbond (SVB). Samen met een aantal topjuristen, waaronder ook experts uit Nederland, werkte hij aan een constructie die diaspora-spelers toegang gaf tot Natio. De FIFA vormde daarbij geen obstakel.

Juist daarom is de huidige ontwikkeling volgens Nagessersing moeilijk te begrijpen. “Het verbaast me dat Nederland hier ineens, na zes jaar, mee komt,” stelt hij. In die periode hebben talloze spelers met een Surinaams-Nederlandse achtergrond zonder problemen voor Natio gespeeld. “Het is absurd,” voegt hij toe.

De sportjournalist benadrukt dat hij het proces van dichtbij heeft meegemaakt. “Ik heb de afgelopen jaren veel gereisd met het team en gezien dat spelers gewoon zowel hun Nederlandse als Surinaamse paspoort bij zich hadden. Dat paspoort gaf hen juist de mogelijkheid om voor Suriname uit te komen.”

Dat de situatie nu alsnog tot problemen leidt, noemt hij onbegrijpelijk. Volgens hem worden spelers onnodig in een moeilijke positie gebracht. “Je brengt profvoetballers in grote problemen. Er wordt nu zelfs gesuggereerd dat zij illegaal zouden zijn of een werkvergunning nodig hebben om in Nederland te spelen, terwijl ze gewoon de Nederlandse nationaliteit hebben.”

Nagessersing roept dan ook op tot actie vanuit de Surinaamse politiek. “De vraag is nu: wat gaat ons parlement doen?” aldus de sportjournalist.

Bron: Eric Mahabier (EM Newsroom)

Share article

Latest articles