Onzekere defensie en slordig middenveld bij Oranjevrouwen; de lessen van Polen-uit

Na vier repetities was het in Polen tijd voor de grote première van Arjan Veurink als bondscoach van de Oranjevrouwen. De eerste competitieve interland onder zijn leiding eindigde teleurstellend, in een 2-2 gelijkspel.

Dat was uiteraard niet het gewenste resultaat en leverde daardoor veel studiemateriaal op voor de leergierige Veurink. Hij trekt zeker drie waardevolle lessen uit de voorstelling op het hobbelveld in Gdansk.

1. Het middenveld moet balvaster
Als er één woord was dat na de wedstrijd in Polen als een echo door de Polsat Plus Arena bleef weerkaatsen, was het wel ‘slordigheid’. Aanvoerder Dominique Janssen, keepster Lize Kop, doelpuntenmaker Jill Roord en ook bondscoach Veurink noemden allemaal het vele balverlies als voornaamste punt van zorg.

“We werken er elke dag aan”, bezwoer Veurink, die ook de wedstrijd tegen Polen uitgebreid zal analyseren. In Gdansk bestond zijn middenveld uit Wieke Kaptein, Damaris Egurrola en Vivianne Miedema, maar zij boden het elftal niet de gewenste balvastheid. Ook niet met de telkens uitzakkende aanvalster Jill Roord erbij.

Tekenend was dat balverlies van Miedema rond de middenlijn de openingstreffer van Polen inleidde. De topscorer aller tijden is op haar best met haar gezicht naar het vijandelijke doel, maar werd nu richting haar eigen doel opgejaagd, met een tegentreffer tot gevolg.

Veurink zal op het middenveld uitkijken naar de terugkeer van de zeer balvaste Jackie Groenen, die tegen Polen een halfuur kon spelen, en Daniëlle van de Donk. Laatstgenoemde verstaat als geen ander de kunst van het vrijdraaien in drukke omstandigheden om zo een kans te creëren.

2. Centrale verdedigingsduo straalt onzekerheid uit
Vooraf was duidelijk dat Polen één dodelijk wapen heeft: superspits Ewa Pajor. Met haar snelheid en traptechniek heeft ze aan de kleinste ruimte genoeg om een doelpunt te maken. Toch kreeg juist Pajor te veel vrijheid van verdedigers Dominique Janssen en Caitlin Dijkstra.

“Er leek veel spanning op het verdedigingsduo te zitten”, concludeerde voormalig Oranje-captain Mandy van den Berg na afloop met ondersteuning van videobeelden. “Het telkens wegstappen van Pajor, het naar achteren lopen… Dat straalt onzekerheid uit. Het echte ingrijpen en met lef verdedigen, dat vond ik ontbreken.”

Het resultaat was dat Oranje negentien schoten van Polen om de oren kreeg, het hoogste aantal in een EK- of WK-kwalificatieduel in de afgelopen tien jaar. Dat het bij slechts twee tegengoals bleef, was te danken aan enkele goede ingrepen van Kop en twee ballen die op de lat belandden.

De stelling van analyticus Leonne Stentler na afloop: het beste centrale verdedigingsduo van Oranje is Dijkstra in combinatie met Buurman. De consequentie van die samenstelling is dat aanvoerder Janssen uit het hart van de defensie zou verdwijnen. Of Veurink die beslissing nu al maakt, valt te betwijfelen.

3. Corners zijn een wapen én een valkuil
Van Veurink is bekend dat hij graag gebruikmaakt van data in zijn analyses, dus zal hem de volgende statistiek ook zijn opgevallen: tijdens Polen-Nederland kwamen er in totaal twaalf doelpogingen uit hoekschoppen. Dat waren er zeven van Polen en vijf van Nederland.

Nederland scoorde wél uit zo’n situatie – de 1-1 van Buurman – en Polen niet, maar Veurink zal door die oppervlakkige score heen kijken. Het echte verhaal is dat Polen die zeven doelpogingen uit slechts zes corners haalde, dat is zorgelijk.

Dat Polen relatief simpel door de Nederlandse zonedekking bij corners speelde, is een probleem dat voor de interland tegen Ierland zal moeten worden opgelost.

Op dit dronebeeld is goed te zien hoe Nederland zonedekking hanteert

Bron: Nos.nl

Share article

Latest articles