Remco Evenepoel gelooft er echt in: Tadej Pogacar verslaan in de Tour de France

Voor Remco Evenepoel (25) begint in 2026 bij Red Bull – BORA – hansgrohe een nieuw hoofdstuk in zijn wielercarrière. De wereldkampioen tijdrijden komt er in een sterrenensemble terecht en beseft dat hij lang niet het enige paard is waarop het team zal wedden. „Sowieso is het beter om met twee kopmannen aan de start van een grote ronde te staan.”

In gesprek met Sporza kijkt Evenepoel terug op een turbulent 2025. Daarnaast gaat de blik ook al vooruit. Volgend jaar wil Evenepoel bij Red Bull – BORA – hansgrohe een nieuw elan geven aan zijn loopbaan. De Aerokogel gaat daarbij voor het eerst dieper in op de tandem die hij in de Ronde van Frankrijk moet gaan vormen met Florian Lipowitz (25). In de Ronde van Catalonië zal dat gedeeld kopmanschap grondig getest worden, waarna het in de Tour echt om de knikkers gaat.

„Sowieso is het beter om met twee kopmannen aan de start te staan”, aldus Evenepoel. „Dat is minder riskant om alles te verliezen. Als er een iemand een mindere dag heeft, is er nog de andere om vol voor te gaan. Dat is de hoofdreden. Daarnaast zijn we allebei heel sterke renners. We zijn allebei al derde geworden in de Tour, dat toont aan dat we het kunnen. Het is dus beter om met elkaar voor de eindoverwinning te gaan dan tegen elkaar.”

Wat zegt Remco Evenepoel over Tadej Pogacar?

Evenepoel is ervan overtuigd dat hij en Lipowitz complementair zijn. „Ik ben iets explosiever en heb meer dat eendagswerk in mij, terwijl Florian eerder een diesel is die op stoom moet komen. We zijn elkaars tegenpolen. Als je die samenvoegt, moet dat goed kunnen uitdraaien. Op die manier moeten we samen dingen kunnen oplossen en elkaar vooral niet tegenwerken. Het wordt zaak om ons eigen doel en dat van de ploeg na te streven: op een dag de Tour winnen.”

Ambitieus, zeker met ene Tadej Pogacar die vrolijk rondfladdert in het peloton. Toch is Evenepoel ervan overtuigd dat het ooit kan lukken. Ook al in 2026. „Dat kan, als alles goed blijft verlopen en ik een goede winter en goede stages kan doormaken. De omkadering, de ondersteuning die ik hier krijg met focus op het wetenschappelijke… Als ik dat zie, dan denk ik dat ik nog veel progressiemarge heb.”

Bron: Telegraaf

Share article

Latest articles