Spaanse invasie in Champions League

Valencia plaatste zich dinsdag voor het hoofdtoernooi van de Champions League en bezorgde het Spaanse clubvoetbal daarmee een fraaie primeur.

Nooit eerder in de 23-jarige historie van de Champions League namen vijf clubs uit hetzelfde land deel aan het miljoenentoernooi. Behalve Valencia, dat zich dinsdag in de play-offs met moeite ontdeed van AS Monaco (2-1 verlies, na de eerdere 3-1 thuiszege in Mestalla), zien we vanaf september ook Barcelona, Real Madrid, Atlético Madrid en Sevilla terug op het hoogste niveau in Europa.

Landskampioen Barcelona en naaste volgers Real en Atlético plaatsten zich via hun klassering in de Primera División voor het miljoenenbal, terwijl Sevilla een ticket bemachtigde door vorig seizoen de Europa League-finale te winnen.

Spanje had in zeven van de laatste acht Champions League-seizoenen al telkens vier clubs aan de start. De jaargang 2010/11 was een uitzondering met ‘slechts’ drie Spaanse vertegenwoordigers: Barcelona, Real Madrid en Valencia.

Duitsland was in het seizoen 1999/00 het eerste land dat vier verschillende clubs mocht afvaardigen naar het hoofdtoernooi van de Champions League (Bayern München, Bayer Leverkusen, Borussia Dortmund en Hertha BSC). Ook Italië en Engeland leverden sindsdien meer dan eens vier clubs aan één Champions League-editie.

De vijf Spaanse vertegenwoordigers van dit seizoen zijn samen goed voor 571 wedstrijden in het hoofdtoernooi van de Champions League. Van dat quintet speelde Real Madrid er de meeste, namelijk 212. Barcelona volgt met 206 duels. Valencia, Atlético Madrid en Sevilla kwamen respectievelijk tot 92, 45 en 16 wedstrijden.

Bron: vi.nl

Share article

Latest articles