De trainersloopbaan van Marco van Basten begon bij het Nederlands elftal en lijkt nu bij AZ tot stilstand te zijn gekomen. De voormalig topaanvaller zit thuis wegens hartkloppingen en keert volgens nog niet bevestigde berichtgeving niet meer terug op de bank bij de Alkmaarders, al ontkent technisch directeur Earnest Stewart dat tegenover het AD.
Een slepende enkelblessure had ver daarvoor in 1995 een abrupt einde gemaakt aan een glansrijke spelersloopbaan, waarin Van Basten grote successen boekte met Ajax, AC Milan en het Nederlands elftal. Met de Amsterdamse club veroverde hij drie landstitels, drie KNVB-bekers en in 1987 de Europa Cup II. De Nederlander ontwikkelde zich tot een spits van mondiale faam bij AC Milan met als bekroning zijn uitverkiezing in 1992 tot beste voetballer van der wereld. Met de Italiaanse club won hij onder meer drie keer de Europa Cup I. Van Basten reikte in Oranje tot 58 wedstrijden, waarin hij 24 doelpunten maakte. Hoogtepunt was de Europese titel in 1988.
Van Basten trok zich terug uit de voetballerij maar bleek begin deze eeuw toch ambities te hebben als trainer. Voordat hij bij Oranje begon had hij samen met John van ‘t Schip Jong Ajax onder zijn hoede. In 2008 werd hij hoofdtrainer van Ajax maar kort voor het einde van zijn eerste seizoen hield hij het al voor gezien. ‘Ik beschik nog niet over de kwaliteiten om deze club op een hoger plan te brengen’, was zijn zelfkritische conclusie. Pas 3 jaar later keerde hij terug op het trainingsveld; bij Heerenveen waar hij in een turbulente periode wisselvallig maar naar behoren presteerde maar niet verder wilde omdat hij het ‘juiste gevoel’ miste.
ad.nl


