UEFA-voorzitter Ceferin vindt dat videoarbitrage te vroeg is ingevoerd

UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin is kritisch over videoarbitrage in het voetbal. De Sloveen vindt dat het te vroeg is ingevoerd.

“Bij het WK krijgen we scheidsrechters te zien die nog nooit met dit systeem hebben gewerkt. Ik hoop niet dat het tot problemen leidt. Het is te vroeg voor VAR”, zegt Ceferin woensdag in een interview met de Italiaanse sportkrant Gazzetta dello Sport.

Ceferin benadrukt dat hij geen tegenstander is van videoarbitrage, maar hij vindt wel dat meer testen nodig zijn en het systeem verbeterd moet worden voordat het ook in de Champions League kan worden ingezet.

“Ooit zal er ook videoarbitrage zijn in de Champions League, maar we hebben geen haast. De Champions League is als een Ferrari of een Porsche. Daar kun je niet meteen in gaan rijden. Je moet eerst oefenen en kijken hoe het werkt.”

Evenals op het WK in Rusland wordt in veel Europese competities wel al gebruik gemaakt van videoarbitrage, maar Ceferin staat niet alleen in zijn kritiek. Maandagavond leidde een besluit van de videoarbiter bij de Bundesliga-wedstrijd FSV Mainz tegen Freiburg nog tot opschudding.

Beide ploegen waren al op weg naar de kleedkamer voor de rust, maar werden teruggeroepen omdat op last van de videoarbiter alsnog een strafschop was toegekend aan de thuisploeg.

“Videobewijs kan je uitproberen op de laatste speeldag, als het nergens meer om gaat. Niet bij zo’n belangrijke wedstrijd. Ongelooflijk dat ze dit hebben besloten”, zei Freiburg-verdediger Manuel Gulde. Ook zijn ploeggenoten hadden weinig begrip voor het besluit.

Vorige maand werd besloten dat er vanaf volgend seizoen ook videoarbitrage zal zijn in de Eredivisie. Bij KNVB-bekerwedstrijden, waaronder de finale tussen Feyenoord en AZ, is dat nu al het geval.

Share article

Latest articles