Tom Dumoulin heeft zijn olympische medaille binnen. Weliswaar niet het gedroomde goud, maar wel een mooie zilveren plak. De 25-jarige Limburger overwon zo de problemen, waarmee hij in aanloop naar de Spelen in Rio te maken kreeg.
Het verhaal van Dumoulin is bij het grote publiek wel bekend. Zo viel hij in de slotweek van de Tour de France en liep daarbij een breukje in zijn pols op. Toch reisde de tweevoudig ritwinnaar van de Ronde van Frankrijk af naar Brazilië.
De omstandigheden waren woensdagmiddag (plaatselijke tijd) zeker niet ideaal voor Dumoulin. Regen in de vroege ochtend zorgde voor een nat wegdek. Dat komt bij de tijdritspecialisten aan op extra stuurkwaliteiten. Een polskwetsuur zet iemand normaal gesproken dan toch op achterstand.
Vooraf gaf Dumoulin al aan dat hij in de 54,5 kilometer lange race tegen de klok, met daarin twee venijnige klimmetjes, de pijn echter ‘gewoon’ moest verbijten. Dat deed hij. De explosieve renner van Giant-Alpecin had immers niet voor niets zijn hele jaar afgestemd op de olympische tijdrit. Pech in de voorbereiding deerde niet meer, het was puur ‘hard trappen’ geblazen. Alleen eremetaal telde. Het werd zilver.
Fabian Cancellara pakte in 1 uur, 12 minuten en 15 seconden het goud. Dumoulin moest ruim 47 tellen toegeven op de Zwitser, maar hield Tourwinnaar Chris Froome (brons) ruim 14 seconden achter zich.
Telesport


