In coronatijd zwom de Surinamer Renzo Tjon-A-Joe dagelijks tussen de piranha’s om zich voor te bereiden op ‘Tokio 2021’. In aanloop naar Parijs kan hij gebruikmaken van een zwembad met onderwatercamera’s. Dankzij zijn Nederlandse paspoort.
Vanaf de badrand in het Amsterdamse Sloterparkbad knikt coach Job van Duijnhoven goedkeurend als Renzo Tjon-A-Joe met explosieve slagen het water aanvalt. Voor de 28-jarige Surinaamse zwemmer is een last van zijn schouders gevallen nu hij zich vanaf eind deze maand na een langdurig proces eindelijk Nederlander mag noemen. ‘Je zwemt alsof je je paspoort in je broekzak hebt zitten’, complimenteert Van Duijnhoven de sprinter die namens Suriname actief was op twee Olympische Spelen.
Na een – bij tijd en wijle – frustrerend naturalisatietraject dat 2,5 jaar in beslag nam, kreeg Tjon-A-Joe enkele weken geleden het verlossende nieuws te horen. Op 26 maart mag hij uit handen van de burgemeester van de gemeente Zaanstad zijn Nederlandse paspoort in ontvangst nemen. Niets staat de specialist op de 50 meter vrije slag dan nog in de weg om voor de Nederlandse zwemploeg uit te komen.
Of dat ook gaat leiden tot deelname aan de Olympische Spelen van Parijs deze zomer is nog afwachten. Op dit moment heeft Tjon-A-Joe met zijn tijd van 21,88 als tweede Nederlander na Kenzo Simons (21,73) voldaan aan de olympische limiet op de 50 vrij. De kwalificatieperiode sluit medio volgende maand na wedstrijden in Eindhoven.
Zelfverzekerd
Tjon-A-Joe zegt ‘heel erg opgelucht’ te zijn dat hij zijn paspoort net op tijd in handen krijgt. ‘Nu begin ik aan mijn tweede carrière. Zo voelt dat echt’, vertelt hij na de training met een brede glimlach.
‘Ik ben de zwembond, NOCNSF en mijn advocaat Frank King heel dankbaar voor hun inzet. Ik denk dat ik Nederland de komende vier jaar aan mooie internationale medailles kan helpen. Als ik zie wat ik onder moeilijke omstandigheden tot nu toe allemaal heb bereikt, weet ik dat er veel meer in zit’, verwijst de zelfverzekerde zwemmer naar zijn prestaties op de Pan-Amerikaanse Spelen en Zuid-Amerikaanse kampioenschappen. ‘Ik kan één van de beste sprinters ter wereld worden.’
Coach Van Duijnhoven van zwemvereniging De Dolfijn in Amsterdam kijkt niet op van deze overtuigende woorden. ‘Ik heb nog nooit iemand ontmoet die zichzelf zó kan laten geloven dat hij de beste is als Renzo. Dat spat er bij hem vanaf. Je zou het arrogant kunnen noemen, maar ik vind het juist mooi. En het belangrijkste; die mindset helpt hem ook echt om beter te worden. Hij wil zo graag.’
Van Duijnhoven werkt zo’n twee jaar samen met Tjon-A-Joe. De trainer heeft de afgelopen tijd vooral gesleuteld aan het verbeteren van zijn start, onderwaterfase en de eerste slagen van de race. ‘Dat was in het begin een beetje rommelig en hebben we wat strakker getrokken, net als het finishen’, licht Van Duijnhoven toe. ‘Verder heeft Renzo door gerichte krachttraining veel meer spiermassa gekregen.’
Eenzame jaren
Als topzwemmer in Suriname kende Tjon-A-Joe mooie tijden, maar ook moeilijke en eenzame jaren. Sinds 2018 moest hij het stellen zonder financiële ondersteuning en kon hij alleen blijven zwemmen dankzij enkele privé-sponsoren.
Om over de aanwezigheid van een fysiotherapeut, dokter, diëtist én een zwembad met onderwatercamera’s nog maar te zwijgen. ‘Ik ben nog nooit met een fysiotherapeut naar een toernooi gereisd’, geeft hij als voorbeeld aan. ‘Ik heb heel veel alleen moeten doen, samen met mijn coach.’
Op 20-jarige leeftijd besloot Tjon-A-Joe zijn heil te zoeken in de Verenigde Staten waar hij een studie combineerde met topsport. Na Auburn en Boston belandde hij in Florida waar samen trainde met de Braziliaanse topper Bruno Fratus. Tjon-A-Joe verkeerde in het voorjaar van 2020 in topvorm en keek uit naar de Olympische Spelen van Tokio totdat die door de pandemie werden uitgesteld. Vanwege geldgebrek zag hij zich genoodzaakt terug te keren naar Suriname.
‘Ik ging bij mijn zus wonen, net buiten Paramaribo. Door de lockdown kon ik niet terecht in een zwembad. Om fit te blijven trainde ik iedere middag in de Surinamerivier, dat heb ik een half jaar volgehouden.’
De rivier staat bekend om de aanwezigheid van piranha’s, maar dat weerhield Tjon-A-Joe niet van zijn dagelijkse duik. ‘Zo lang je geen open wonden hebt, zijn piranha’s niet zo gevaarlijk.’
Toen er na een half jaar nog geen zicht was op het einde van de Surinaamse lockdown raakte Tjon-A-Joe radeloos. Hij kon het niet meer opbrengen en besloot te stoppen met zwemmen. ‘Eind 2020 kreeg ik een wake-upcall. Ik besefte dat ik spijt zou krijgen. Ik had me al gekwalificeerd voor de Spelen en wist dat ik na Tokio nog niet klaar was met topsport.’
Tjon-A-Joe had inmiddels contact gelegd met bondscoach Mark Faber en met toenmalig technisch directeur André Cats van de KNZB. Na Tokio – waar Tjon-A-Joe de trotse vlaggendrager was voor Suriname – was hij welkom in Amsterdam.
In Nederland hoopt Tjon-A-Joe jongeren met zijn verhaal te inspireren, zoals hij zelf als kleine jongen geïnspireerd raakte door de Surinaamse grootheid Anthony Nesty, de olympisch kampioen van 1988 (100 meter vlinderslag). Door De Dolfijn wordt hij regelmatig gevraagd om zijn bijzondere levensverhaal te delen met jonge talenten. Tjon-A-Joe: ‘Met doorzettingsvermogen en geloof in jezelf kun je ver komen. Dat hoop ik anderen mee te geven.’







