Wat Johan Cruijff was voor Nederland, was Franz Beckenbauer voor de Duitsers. De vroegere centrale verdediger met aanvallende impulsen was al een tijd ziek en stierf op 78-jarige leeftijd.
De bijnaam van Franz Beckenbauer zegt alles over zijn status: ‘der Kaiser’. De keizer, omdat hij de baas was, de aanvoerder. Hij hield van macht en bezat de gave van het woord. Hij verdeelde en heerste, als voetballer en later in zijn loopbaan als bondscoach en bestuurder.
Keizer om zijn gratie ook. Hij was libero, een inschuivende centrale verdediger met aanvallende impulsen, die hij op sierlijke wijze inhoud gaf. Snel, rechtop, met zijn kenmerkende krullen en bijna nonchalant gegeven passes, met de binnen- of de buitenkant van de voet. Rechts of links. Creatief, met scorend vermogen.
Charmant, zoals het een goede keizer betaamt, ook buiten het veld. En soms kwetsbaar, als het ging om zijn gestrande relaties. Grappig, tenslotte. ‘Tot op de dag van vandaag heb ik nooit begrepen waarom Nederland na één minuut stopte met voetballen’, zei hij eens plagerig bij een bezoek aan de KNVB. Het ging over de WK-finale van 1974, toen Oranje met zijn Totaalvoetbal favoriet was in München, maar zich na de snelle 0-1 (strafschop Neeskens) liet verrassen door de (toen nog) West-Duitsers, die in de tweede helft standhielden, ‘met dank aan God en Sepp Maier’ (de keeper), zoals Beckenbauer toegaf.
Pittige meningen
Als bondscoach was hij in 1990 de tweede persoon, na de vorige week overleden Braziliaan Mário Zagallo, die de wereldtitel won als voetballer én als trainer. Verder was hij bestuurder, official, reclamezuil en columnist, altijd met pittige meningen. Hij was ook sportief, bijvoorbeeld toen hij als verliezend bondscoach na de door Nederland gewonnen halve finale van het EK in 1988 de spelersbus instapte, om Oranje te feliciteren en succes te wensen voor de finale. ‘Dat heeft geholpen’, stelde hij later, toen de Russen waren verslagen.
Maar Beckenbauer, omgeven door geliefden bij zijn sterven, leeft vooral voort als voetballer, als nieuw type in het spel, als verdediger die zijn defensie durfde te verlaten en elders op het veld voor een overwicht zorgde. Of, zoals de Belg Raf Willems schrijft in zijn encyclopedie van ‘111 legendarische voetbalhelden sinds 1920’: ‘Hij ruilde de beperking in voor het risico.’ Hij was tweevoudig Europees voetballer van het jaar en won drie keer de Europa Cup I met Bayern München, dat vanuit het niets een Europese topclub werd.
Zoals Cruijff de speltechnische revolutie was in het Nederlandse voetbal, was Beckenbauer dat in Duitsland, als ‘Der Freie Mann’. ‘Een opzienbarende voetballer’, oordeelt generatiegenoot Jan Mulder, oud-topvoetballer en schrijver. Mulder ontmoette hem een paar keer. ‘Een fijne, ontzettend sympathieke vent.’ Ruud Krol, die zich bij Ajax ontwikkelde als centrale verdediger in de geest van Beckenbauer: ‘Hij gaf aan de term libero een nieuwe dimensie en was ook buiten het veld een grote persoonlijkheid.’ Op een foto bij de condoléance van ‘OnsOranje’ (de KNVB) geven Krol en Beckenbauer elkaar de hand.
Hoofdrol in commercialisering
Net als bij Ajax, dat de belangrijkste Europese beker won in 1971, 1972 en 1973, was daar bij Bayern na de succesperiode (winst in de drie volgende jaren) de ineenstorting, onder meer door afgunst. Beckenbauer leverde een deel van zijn populariteit in, als gevallen keizer. Maar toen was de wereldtitel bij de landen al veroverd, met een cruciale rol voor de aanvoerder, beschreven door Auke Kok in zijn boek Wij waren de besten. Beckenbauer greep in na de als beschamend ervaren nederlaag in de groepsfase tegen de toenmalige DDR, Oost-Duitsland. Later relativeerde hij zijn actie, die neerkwam op de uitholling van de functie van bondscoach Helmut Schön.
Net als Cruijff speelde Beckenbauer een hoofdrol in de commercialisering van de sport. De naar hem genoemde voetbalschoen van Adidas, Kaiser 5, zwart met de drie klassieke strepen, is nog steeds een bestseller in het assortiment. Beckenbauer raakte ook in opspraak, vanwege het op dubieuze gronden verkregen WK van 2006, waarbij Duitsland in de verkiezing Zuid-Afrika versloeg. Als voorzitter van de organisatie ontkende hij bij omkoping te zijn betrokken. Het bewijs is nooit geleverd. Mulder: ‘Maar die affaire is een smet op zijn naam.’
Meestal was Beckenbauer ambassadeur voor het voetbal. In discussies over de VAR refereerde hij graag aan de door de Duitsers verloren WK-finale van 1966, toen het onzeker was of de beslissende treffer van de Engelsman Geoff Hurst de doellijn was gepasseerd, al telde de goal op aanraden van de grensrechter. ‘Als ik in Londen uit de taxi stap, is altijd de eerste vraag: was die bal van Hurst nu over de lijn of niet?’ Beckenbauer genoot van dergelijke discussies, die met de VAR verdwijnen uit de voetbalcultuur.
Wie uiteindelijk beter was, de in 2016 overleden Cruijff of Beckenbauer? Toen de Volkskrant het vroeg, bleef hij bescheiden: ‘Cruijff. Hij was aanvaller, ik verdediger. Een aanvaller wordt eerder als bijzonder beschouwd en dat vind ik terecht, omdat hij creatiever moet zijn en doelpunten moet maken.’
FRANZ BECKENBAUER
1945, geboren op 11 september in München. 2024, overleden op 7 januari.
Belangrijkste prijzen:
Kampioen met Bayern: 1969, 1972, 1973, 1974. Europa Cup I met Bayern: 1974, 1975, 1976. Kampioen met New York Cosmos: 1977, 1978, 1980. Met HSV: 1982. Wereldkampioen met West-Duitsland: 1974 als speler. 1990 als bondscoach. Europees kampioen: 1972. 103 interlands. Ballon d’Or (Europees voetballer van het jaar): 1972, 1976.
Bron : Volkskrant.nl







