Door LISA SCHOENMAKER
Renzo Tjon-A-Joe (28) kan eindelijk opgelucht ademhalen. Na een jarenlang proces is de specialist op de vrije slag sinds dinsdag officieel Nederlander. Vandaag ontvangt hij zijn paspoort. Dat is precies op tijd, want door dit heuglijke feit kan hij – mits hij zich plaatst – namens ons land deelnemen aan de Olympische Spelen in Parijs. Wie is deze zwemmer? Achter de vrolijke lach van Tjon-A-Joe gaat een indrukwekkend verhaal schuil.
Renzo Tjon-A-Joe groeide op in Suriname, waar hij als klein jongetje op zwemles ging. Eigenlijk vooral om lol te maken met zijn vrienden en om zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. Maar toen hij een jaar of elf was, kwam hij erachter dat hij talent had. „Ik deed toen mee aan wedstrijden in het Caribisch gebied en daar won ik meerdere medailles.”
Toch wist Tjon-A-Joe op dat moment nog niet wat er allemaal mogelijk was. „Ik had geen referentiekader”, legt hij uit. „Hier in Nederland is de kans heel groot dat wanneer je opgroeit je ooit een gouden race van Ranomi Kromowidjojo of Pieter van den Hoogenband te zien krijgt. Dat had ik niet.”
Sponsoren
Tjon-A-Joe verzamelde sponsoren om zich heen en zijn ouders konden hem de eerste jaren helpen om zich als zwemmer te ontwikkelen. Lachend: „Zij hielden mij boven water.” Daarna vervolgt hij serieus: „Daardoor kon ik meedoen aan wedstrijden in het buitenland.” Op dat moment steunde de Surinaamse overheid hem ook nog. „Niet met geld, maar er was wel een zwembad waar ik kon trainen en daar was ik al heel blij mee. Ook al had dat bad geen olympische afmetingen, het was in ieder geval iets.”
Op verkenningstocht
Toen hij achttien was, maakte hij zijn debuut op het wereldtoneel. Doordat hij bij de wereldkampioenschappen voor junioren de finale haalde, kreeg hij een studiebeurs. In Boston combineerde hij vanaf 2016 het zwemmen met een studie Economie aan Harvard, nadat hij twee jaar eerder al naar de Verenigde Staten was verhuisd voor zijn zwemdroom. „Ik was nog een tiener en verhuisde helemaal alleen naar een onbekend land. Tuurlijk was dat pittig, maar ik was er klaar voor. Ik had zo’n enorme drive en wist ook dat ik in Suriname geen betere zwemmer zou worden. In Amerika voelde ik me voor het eerst echt topsporter. Tussen 2016 en 2018 kreeg ik financiële steun van de Surinaamse overheid. Ook daardoor kon ik naar Amerika en naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro (21e op 50 meter vrij).”
Na twee jaar in Boston moest hij noodgedwongen weer verhuizen. Het geld was op en van de ene op de andere dag besloot de Surinaamse regering hem niet meer financieel bij te staan. Hij verkaste naar Florida omdat het leven daar goedkoper was. Weer moest Tjon-A-Joe dus opnieuw beginnen. „Ik had geen keuze. Het was mijn enige optie, dus dan ga je wel. Ik zei tegen mezelf: als ik weer geld heb, ga ik terug naar Boston en mijn studie afmaken.”
“Ik had eerder ook al contact met hem gehad, maar toen kon ik me daar nog niet aansluiten”
Maar dat kwam er niet van. Sterker nog, Tjon-A-Joe verhuisde in 2020 terug naar Suriname. Door het coronavirus dreigde de wereld op slot te gaan en dus besloot hij wederom zijn koffers te pakken. „Dat was heel moeilijk. Ik zag mijn droom uiteenspatten. Ik maakte in Amerika enorme stappen en zwom harder dan ooit. Met een verloren droom en een gebroken hart ging ik terug naar Suriname. Mentaal was ik ook gebroken. Mijn toekomstperspectief viel plots weg. Dat was vreselijk. Ik was in de beste vorm van mijn leven, maar ik had plots niet eens meer een zwembad waar ik kon trainen.”
In Suriname was er niemand in een soortgelijke situatie als Tjon-A-Joe. „Ik moest het echt zelf uitzoeken.” Hij besloot bij zijn zus in te trekken. „Zij woont in Suriname vlak bij een rivier. Daar heb ik toen maandenlang in getraind.” Ondertussen liet de Surinaamse regering hem nog steeds aan zijn lot over. De situatie voelde zo uitzichtloos dat Tjon-A-Joe besloot te stoppen met zwemmen.
Mark Faber
Omdat hij de sport zo miste, trok Tjon-A-Joe na een half jaar de stoute schoenen aan en belde hij Mark Faber op die op dat moment bondscoach was in Nederland. „Ik had eerder ook al contact met hem gehad, maar toen kon ik me daar nog niet aansluiten. Mark besloot het te overleggen met André Cats, de toenmalige technisch directeur van de KNZB. Niet veel later vertelde hij me dat ik na de Spelen van Tokio waarschijnlijk in Amsterdam kon aansluiten.”
Met deze nieuwe stip aan de horizon pakte Tjon-A-Joe het zwemmen weer op. „Voor mijn gevoel moest ik weer helemaal opnieuw beginnen, want ik had de maanden daarvoor niets gedaan.” Tjon-A-Joe had zich al eerder voor de Spelen van Tokio geplaatst, dus daar ging hij wel naartoe. „Ik was een van de enige Surinaamse sporters, dus ik mocht ook de vlag dragen. Maar ik was daar natuurlijk totaal niet in vorm. Ik was pas net weer in training en werd in de series slechts 36e op de 50 meter vrije slag.”
Na de Spelen van Tokio, in augustus 2021, boekte Tjon-A-Joe een ticket via Nederland terug naar Suriname. Hij zou het tweede vliegtuig echter nooit nemen. In Amsterdam sprak hij wederom met Faber en Cats en de neuzen stonden al snel dezelfde kant op: Tjon-A-Joe kon van grote meerwaarde zijn voor het Nederlandse zwemmen. „Ik had één tas met spullen bij me, maar ik had vooral een grote droom bij me. En ik wist dat ik in Nederland meer kans zou hebben om die droom te verwezenlijken.”
Warm bad
Natuurlijk moest zijn paspoort nog in orde worden gemaakt, maar dat zou snel geregeld worden. Althans, dat was de eerste gedachte. „In Nederland wist ik niet wat me overkwam. Ik kreeg zwembrillen en zwemkleding en dacht alleen maar: wow, wat ben ik dankbaar. Er ging een nieuwe wereld voor mij open. Alles was gewoon geregeld. Ik had een arts tot mijn beschikking en een fysiotherapeut.” Tjon-A-Joe begint weer te lachen. „Ik kwam hier echt in een warm bad terecht.” Op bijzondere wijze leerde hij de ’Nederlandse cultuur’ kennen. „Mijn fiets was ook al snel gestolen. Dat vond ik echt heel erg. Ik was zo blij dat ik die had gekregen.”
Zo’n drie maanden trainde hij in de groep bij Faber. „Ik had het echt naar mijn zin en ik merkte dat ik enorme stappen maakte.” In november 2021 moest hij terug naar Suriname om al het papierwerk rond zijn paspoort te regelen. Het bleek het startsein van een nieuwe rollercoaster, want de Surinaamse zwembond wilde geen brief ondertekenen waarin ze Tjon-A-Joe lieten gaan. „Heel krom allemaal. Toen ik in Suriname was, wilden ze me niet ondersteunen, maar ze wilden me ook niet laten gaan.” Uiteindelijk, na een hoop getouwtrek, was het geregeld, maar toen begon in Nederland het ’paspoortprobleem’. „In Amsterdam trainde ik eerst drie maanden met de groep van Mark mee, maar toen bleek dat ik weer maanden uit de running zou zijn vanwege mijn paspoortperikelen moest ik bij de club De Dolfijn mee trainen. Tuurlijk vond ik dat moeilijk, maar ik snapte het wel. Die andere groep zat in een olympische cyclus. Dan kan er niet zomaar even iemand in- en uitstappen. Het is zo professioneel. In is in en uit is uit.”
Gelukkig kon hij dus bij zwemclub De Dolfijn aan de slag. „Ik heb daar onder Job van Duijnhoven weer grote stappen gemaakt en maak ze daar nog steeds.”
Het leek er lange tijd op dat het niet meer goed zou komen en Tjon-A-Joe definitief zou moeten terugverhuizen naar Suriname. Toch bleef hij al die tijd doortrainen. „Ik wil zo graag als Nederlander naar de Spelen van Parijs dat ik me aan ieder sprankje hoop vasthield.” Op de valreep is het allemaal toch gelukt. Vandaag is een bijzondere dag. Eindelijk, na zo lang strijden en sterk blijven, krijgt hij zijn Nederlandse paspoort in handen. De blik kan nu écht op Parijs.
„Ik heb vorig jaar in april al de olympische limiet gezwommen, dus nu ik mijn paspoort heb, ben ik eigenlijk al geplaatst. Het zou alleen nog kunnen dat bijvoorbeeld Jesse Puts of Thom de Boer bij de olympische kwalificatiewedstrijd van 11 april nog onder die tijd van mij gaan zwemmen. Ik kan daarom niet verslappen en wil volgende maand mijn eigen tijd aanscherpen.”
Hij gelooft heilig dat hij, nu zijn hoofd echt vrij is van zorgen en stress, nog veel harder kan. „Ik droom van een olympische medaille en geloof echt dat het mogelijk is. Ik weet dat ik nog veel sneller kan. Dat wil ik aan iedereen laten zien.”
Hij is veel mensen dankbaar die hem al jaren steunen. „Mark, André, Job, Sybrecht, Sjors, mijn advocaat en zo kan ik nog wel even doorgaan. Zij hebben allemaal mijn leven gesaved. Ook naar hen toe voel ik bewijsdrang om me te plaatsen voor de Spelen en me te bewijzen voor Nederland. Dit land heeft me toch mijn droom teruggegeven. Het is nooit makkelijk geweest, maar als ik me plaats voor Parijs was het het allemaal meer dan waard.”









