Voor in de agenda: in deze Vuelta-etappes wordt spektakel verwacht

Drie weken lang strijdt het Vuelta-peloton op de Spaanse wegen. Maar op een aantal dagen doet u er als wielerliefhebber verstandig aan uw agenda te blokken en de televisie aan te zetten. Zes suggesties, waarbij spektakel in de bergen haast lijkt verzekerd.

Dinsdag 28 augustus: Vélez-Málaga – Sierra de la Alfaguara (161,4 km)

In de Giro moest u wachten tot rit 6 naar de Etna voor de eerste aankomst bergop, in de Tour tot rit 10 naar Le Grand-Bornand. In de Vuelta wordt het geduld niet op de proef gesteld. In de vierde etappe moeten de klassementsrenners al vol aan de bak richting de Sierra de la Alfaguara, een nog nooit eerder opgereden klim van 12 kilometer aan gemiddeld 6 procent.

Zondag 2 september: Talavera de la Reina – La Covatilla (200,8 km)

De finish van rit 9 ligt op de 1965 meter hoge Alta de la Covatilla. In 2011 won Daniel Martin, maar het was Chris Froome, die zich die ronde voor het eerste echt aan de wereld toonde, die samen met Bradley Wiggins gebruik maakte van de wind die er bijzonder fel waaide. Er werden bergop (!) waaiers getrokken. Of dat nu weer kan, ligt uiteraard volledig aan de wind.

Vrijdag 7 september: Candás Carreño – La Camperona (174,8 km)

Een smal paadje leidt in rit 13 naar de top van de acht kilometer lange La Camperona. De eerste twee kilometer heeft stroken met een stijgingspercentage van liefst 22 procent. Geschikt voor de echte klimmers dus. Niet vreemd dat het Nairo Quintana was die hier twee jaar geleden won, op weg naar zijn eindzege.

Zaterdag 8 september: Cistierna – Les Praeres Nava (171 km)

Typisch Vuelta: een geitenpaadje, slecht wegdek, krankzinnige stijgingspercentages. Vorig jaar werd gekozen voor de nog onbekende maar vreselijk steile Los Machucos en ook dit jaar heeft de organisatie weer een nieuw weggetje gevonden die het peloton zal doen huiveren. Na een dag met al drie pittige klimmetjes volgt aan het einde van rit 14 Les Praeres Nava, loodzwaar met vier kilometer aan gemiddeld bijna 14 procent. Stoelriemen vast!

Zondag 9 september: Ribera de Arriba – Lagos de Covadonga (178,2 km)

Geen Angliru dit jaar, de meest gevreesde klim van Spanje, maar wel de Lagos de Covadonga als afsluiter van het zware drieluik in Asturië. Met 12,2 kilometer aan 7,2 procent valt het op papier nog mee. Maar de klim is zo ongelooflijk onregelmatig dat geen renner er echt zijn ritme vindt. Twee jaar geleden zag het er mooi uit voor Robert Gesink. Pas in de ultieme slotfase kwam Nairo Quintana hem nog voorbij. De Colombiaan nam de rode leiderstrui over en reed daarmee naar Madrid.

Zaterdag 15 september: Escaldes-Engordany – Collada de la Gallina (97,3 km)

Na de tijdrit op dinsdag en de bergrit van vrijdag naar Andorra vormt de zwaarste Pyreneeën-rit van vandaag de beslissing. Een dag later staat immers de afsluitende sprintersetappe in Madrid op het programma. De etappe is ultrakort met zijn 97,3 kilometer, maar daarin zitten ruim drieduizend hoogtemeters verscholen, de gehele dag gaat het op en af.

De Collada de Gallina is de slotklim met 7,7 kilometer aan 7,8 procent, het zwaartepunt ligt in de laatste kilometers. Als Wilco Kelderman en/of Steven Kruijswijk nog hoog staan in het klassement dan moeten ze hier nog één keer diep in de reserves. Kortom: een laatste bergrit om met rood te omcirkelen in de agenda.

Share article

Latest articles